ECLI:NL:RBZWB:2026:110
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na WIA-beoordeling en medische toetsing
Eiser, werkzaam als basisoperator, viel uit wegens een werkongeval en een later auto-ongeluk, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Na een WIA-beoordeling in oktober 2023 werd hij voor 29,81% arbeidsongeschikt verklaard en kreeg geen WIA-uitkering. In januari 2024 meldde hij zich opnieuw ziek, waarna het UWV een nieuwe ZW-uitkering toekende, maar deze in april 2024 weer beëindigde omdat eiser geschikt werd geacht voor drie functies.
De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beëindiging. Medische rapporten van een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerden dat er geen toename van beperkingen was en dat eiser passend geschikt was voor de geduide functies. Psychische klachten waren aanwezig maar niet zodanig toegenomen dat dit tot ongeschiktheid leidde.
De rechtbank verwijst naar eerdere overwegingen in een gerelateerde zaak (BRE 25/248) en oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de functies ongeschikt zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering standhoudt en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering.