Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Dongen.
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- van rechtswege verbeurt de dwangsom. Dit is een feitelijk gevolg van de last onder dwangsom die als herstelsanctie is opgelegd naar aanleiding van de overtreding van 8 december 2021. Dit is geen nieuwe herstelsanctie als gevolg van de overtreding van 31 juli 2024;
- de burgemeester besluit de eerder opgelegde herstelsanctie (last onder dwangsom) in te trekken en als gevolg van de overtreding van 31 juli 2024 een nieuwe herstelsanctie op te leggen, namelijk het sluiten van de woning.
wegensdezelfde overtreding. Daar is hier geen sprake van. Er is slechts één herstelsanctie opgelegd naar aanleiding van de overtreding van 31 juli 2024, namelijk het sluiten van de woning. Daarbij is een oudere herstelsanctie, de last onder dwangsom, ingetrokken, zodat niet tegelijkertijd twee herstelsancties bestaan tegen het overtreden van de Opiumwet. Het verbeuren van de dwangsom is een gevolg van een eerdere sanctie. Het opleggen van een nieuwe sanctie hoeft niet tot gevolg te hebben dat alle gevolgen van een eerdere sanctie vanwege een eerdere overtreding komen te vervallen.
gelijktijdigeherstelsancties voor dezelfde overtreding. Daar is hier geen sprake van. Hier is sprake van opeenvolging. Artikel 5:6 van Pro de Awb verbiedt een volgordelijke oplegging van verschillende sancties niet en het beleid is daarom niet in strijd met dit artikel. De stelling van eiseres dat het Damoclesbeleid van de burgemeester van Dongen onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met artikel 5:6 van Pro de Awb volgt de rechtbank daarom niet en er is geen sprake van een ongeoorloofde samenloop van herstelsancties.