ECLI:NL:RBZWB:2026:1253

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2657
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.8 Wet brpArt. 2.10 Wet brpArt. 2.58 Wet brpArt. 45 Boek 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging persoonsgegevens in Basisregistratie Personen op grond van Chinese paspoorten

Eiseres verzocht het college om wijziging van haar persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (Brp) op grond van overgelegde Chinese paspoorten en andere documenten. Het college wees dit verzoek af, stellende dat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat de gegevens juist waren en dat het afgifteproces van de paspoorten niet correct was verlopen.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de Chinese paspoorten als brondocumenten moeten worden aangemerkt en dat er geen aannemelijke aanwijzingen zijn dat voorafgaand aan de afgifte van deze paspoorten onbehoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. De rechtbank volgde de recente overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 22 oktober 2025, waarin het beoordelingskader voor rectificatieverzoeken is verduidelijkt.

De rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de paspoorten niet op eiseres betrekking hebben, ondanks dat Bureau Documenten geen inhoudelijke uitspraak deed over de juistheid van de gegevens. Ook het ontbreken van een reactie van de Chinese ambassade op navraag door het college was onvoldoende om het standpunt van het college te ondersteunen.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en draagt het college op binnen vier weken de inschrijving in de Brp te wijzigen conform de gegevens uit de paspoorten. Tevens veroordeelde de rechtbank het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen de persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen te wijzigen op basis van de Chinese paspoorten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2657

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K.L. Sett),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek, het college
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om haar huidige in de Basisregistratie personen (hierna: Brp) opgenomen gegevens te wijzigen. Het college heeft het verzoek afgewezen. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand daarvan beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het rectificatieverzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 16 april 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het college de afwijzing van het rectificatieverzoek in stand gelaten.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] (tolk Chinees Mandarijn) en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres staat in de Brp ingeschreven met de voornamen [voornaam 1] en [geslachtsnaam 1] , geboren op [geboortedag 1] 1984 in [geboorteplaats 1] , China. Deze gegevens zijn ontleend aan de op 7 december 2009 door haar afgelegde verklaring onder ede.
3.1.
Op 22 oktober 2023 heeft eiseres een verzoek om wijziging van gegevens in de Brp ingediend bij het college. Eiseres heeft daarbij gevraagd om wijziging van de volgende gegevens:
  • voornamen van “ [voornaam 1] ” in “ [voornaam 2] ”;
  • geslachtsnaam van “ [eiseres] ” in “ [geslachtsnaam 2] ”;
  • geboortedatum van [geboortedag 1] 1984 in [geboortedag 2] 1984;
  • geboorteplaats van [geboorteplaats 1] , China, in [geboorteplaats 2] , China.
3.2.
Ter onderbouwing van haar verzoek heeft eiseres de volgende stukken overgelegd:
  • een kopie van een Nederlandse verblijfsvergunning, afgegeven op 11 oktober 2017, geldig tot 3 oktober 2022, met [nummer 1] ;
  • een verlopen Chinees paspoort op naam van [voornaam 2] [geslachtsnaam 2] , afgegeven op 4 augustus 2014, met [nummer 2] ;
  • een geldig Chinees paspoort op naam van [voornaam 2] [geslachtsnaam 2] , afgegeven op 21 maart 2024, met [nummer 3] ;
  • een verlopen Chinese identiteitskaart, afgegeven op 3 december 2000, met [nummer 4] ;
  • een dubbel gelegaliseerde Chinese notariële verklaring over de geboorte van [geslachtsnaam 2] [voornaam 2] , opgemaakt op 17 september 2021, met [nummer 5] ;
  • een dubbel gelegaliseerde Chinese notariële verklaring over de bijgevoegde kopie van het huishoudregistratieboekje (hukou) van de vader, opgemaakt op 24 september 2021, met [nummer 6] ;
  • een originele, op 21 november 2012 afgegeven, hukou van de vader;
  • een dubbel gelegaliseerde Chinese notariële verklaring over de bijgevoegde kopie van een verklaring van het Public Security Bureau over de geboortegegevens, opgemaakt op 17 september 2021, met [nummer 7] ;
  • een DNA-verwantschapsonderzoek, uitgevoerd door Verilabs;
  • een gezichtsvergelijkend onderzoek, uitgevoerd door het Forensisch Deskundigen & Recherchebureau FDRB.
3.3.
Het college heeft het verzoek met het besluit van 13 juni 2024 afgewezen, omdat uit de overgelegde documenten niet buiten redelijke twijfel volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Het college heeft zich daarbij gebaseerd op de onderzoeken die zijn uitgevoerd door Bureau Documenten van de notariële verklaringen, de hukou, de Chinese paspoorten en de Chinese identiteitskaart.
3.4.
Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
3.5.
De Bezwarencommissie [plaats] heeft op 3 februari 2025 een advies uitgebracht aan het college. Het advies luidt om het besluit te heroverwegen en daarbij de overgelegde originele hukou te betrekken.
3.6.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten onder verbetering van de motivering.
Omvang van het geding
4. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is. Daartoe voert het college aan dat sprake zou zijn van misbruik van recht, dan wel van rechtsverwerking, en dat het verzoek van eiseres tot wijziging van de gegevens in de Brp daarom voor afwijzing in aanmerking komt. De rechtbank is van oordeel dat deze beoordeling buiten de omvang van het geding valt. Dit standpunt is niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. De rechtbank komt daarom toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Toetsingskader
5. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in haar overzichtsuitspraak van 22 oktober 2025 [1] het beoordelingskader voor rectificatieverzoeken zoals uiteengezet in de uitspraak van 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1198, op enkele punten gewijzigd of verduidelijkt.
6. Bij rectificatieverzoeken moet beoordeeld worden of buiten redelijke twijfel uit de overgelegde brondocumenten, zo nodig bezien in samenhang met de daarmee verband houdende nadere bewijsmiddelen, volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Als dat het geval is, en het brondocument van gelijke of hogere orde is dan het document of de verklaring op grond waarvan de eerdere inschrijving heeft plaatsgevonden, wordt het gegeven, of worden de gegevens waar het in dat geval om gaat, in de Brp gewijzigd.
7. De wettelijke regels die verder van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Paspoorten
8. Eiseres stelt dat de overgelegde Chinese paspoorten behoren te worden aangemerkt als brondocumenten in de zin van artikel 2.8, tweede lid, sub d, van de Wet basisregistratie personen (Wet brp). Volgens eiseres is het paspoort uit 2024 in overeenstemming met de procedure zoals beschreven in het Algemeen Ambtsbericht China 2020 opgemaakt, waardoor in beginsel van de juistheid van de gegevens van het paspoort moet worden uitgegaan. Zij omschrijft het afgifteproces als volgt. Bij de aanvraag van het paspoort uit 2024 is een kopie van het in 2014 afgegeven paspoort overgelegd, samen met een kopie van de Chinese identiteitskaart en een kopie van de hukou. Verder is het paspoort uit 2014 opgemaakt volgens de procedure zoals beschreven in het Algemeen Ambtsbericht China 2012. Bij deze aanvraag is een oud paspoort uit 2002 overgelegd, werd een foto van haar afgenomen en heeft zij drie formulieren met persoonsgegevens ingevuld. Het ‘oude’ paspoort is in 2002 in China aangevraagd en verkregen. Eiseres stelt dat zij daarbij de hukou en haar Chinese identiteitskaart heeft overgelegd.
9. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de in de overgelegde paspoorten opgenomen gegevens niet voor verwerking in de Brp in aanmerking komen. Volgens het college staat niet vast dat de opmaak en afgifte correct zijn verlopen, of dat de inhoud van de overgelegde paspoorten juist is. Bureau Documenten heeft de echtheid van de paspoorten positief beoordeeld, maar heeft niet kunnen vaststellen of de paspoorten inhoudelijk juist zijn. Volgens het college heeft het zich hierop mogen baseren. Daarnaast stelt het college dat niet is gebleken dat de in de verschillende Algemene Ambtsberichten over China beschreven afgifteprocessen van de overgelegde paspoorten op de juiste wijze zijn doorlopen. Bij de aanvraag om het paspoort uit 2024 heeft eiseres namelijk geen verblijfsvergunning overgelegd. Uit de verblijfsvergunning zou volgen dat eiseres onder een andere identiteit in Nederland verblijft, waardoor niet valt uit te sluiten dat zij in dat geval geen paspoort had gekregen van de Chinese autoriteit. Verder heeft eiseres volgens het college niet aangetoond dat zij de door haar genoemde documenten heeft overgelegd bij de afgifteprocessen van de overgelegde paspoorten.
10. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de overgelegde paspoorten brondocumenten zijn als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d, van de Wet brp. Ook zijn partijen het erover eens dat Bureau Documenten geen uitspraak heeft gedaan over de inhoudelijke juistheid van deze documenten.
11. De rechtbank overweegt dat aan paspoorten in het internationale rechtsverkeer een belangrijke bewijsfunctie wordt toegekend. In beginsel moet van de juistheid van de gegevens in een door de bevoegde autoriteit afgegeven paspoort worden uitgegaan. Als het college de gegevens uit een echt bevonden paspoort niet wil volgen, zal het aannemelijk moeten maken dat er geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden of de gegevens onjuist zijn. Het in algemene zin uiten van twijfels over de afgiftepraktijk van het brondocument in de afgevende staat, bijvoorbeeld door te wijzen op frauduleuze praktijken die zich hebben voorgedaan, is hiervoor onvoldoende. Aan de individuele aanvraag te relateren omstandigheden kunnen, eventueel in samenhang met kennis over de algemene afgiftepraktijk, wel voldoende zijn om aannemelijk te maken dat geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
12. Zoals de Afdeling in haar overzichtsuitspraak van 22 oktober 2025 heeft geoordeeld, moet er in de regel van uit worden gegaan dat behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden bij Chinese paspoorten die zijn afgegeven na 2012. Het enkele feit dat een paspoort van na 2012 is afgegeven ter vervanging van een paspoort van voor 2012, maakt niet aannemelijk dat ook het nieuwe paspoort op onbehoorlijk onderzoek is gebaseerd. [2]
13. De rechtbank is van oordeel dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat voorafgaand aan de afgifte van de paspoorten kennelijk onbehoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Dat Bureau Documenten geen inhoudelijke uitspraak heeft gedaan over de juistheid van de gegevens is, anders dan het college kennelijk meent, onvoldoende om te concluderen dat het college aan deze bewijslast heeft voldaan. Dat het college navraag heeft gedaan bij de Chinese ambassade naar de wijze van afgifte van de paspoorten en dat de ambassade daarop niet heeft gereageerd, maakt dit oordeel ook niet anders. Daarop is namelijk niet gereageerd door deze ambassade en het college heeft hiermee dus niet zijn standpunt aannemelijk gemaakt. Het lag op de weg van het college om aannemelijk te maken dat de paspoorten geen betrekking hebben op eiseres, bijvoorbeeld door te wijzen op verschillen tussen haar uiterlijke kenmerken en de foto’s in de overgelegde documenten. Het college heeft in dit verband aangevoerd dat in het door eiseres overgelegde fotovergelijkend onderzoek de conclusie “veel waarschijnlijker” wordt gehanteerd en dat dit onvoldoende doorslaggevend is. Het FDRB had volgens het college tot de conclusie “extreem veel waarschijnlijker” moeten komen. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele stelling dat de gebruikte waarschijnlijkheidsscore onvoldoende hoog is, ontoereikend om aannemelijk te maken dat de paspoorten geen betrekking hebben op eiseres, temeer nu eiseres aantoonbaar aanzienlijke inspanningen heeft verricht om haar identiteit met verschillende onderzoeken te onderbouwen.
14. De rechtbank volgt het college evenmin in het betoog dat eiseres, gelet op het Algemeen Ambtsbericht van 2020, bij de aanvraag van de paspoorten een verblijfsvergunning had moeten overleggen. Ten tijde van de afgifte van het paspoort van 2014 was uitsluitend het Algemeen Ambtsbericht China 2012 van toepassing, waarin de procedure staat omschreven voor de aanvraag van een nieuw paspoort. Uit het ambtsbericht blijkt dat Chinese onderdanen die in het buitenland verblijven op basis van een kopie van het oorspronkelijke paspoort of een ander origineel document waaruit de Chinese nationaliteit en identiteit van de aanvrager blijkt, een nieuw paspoort kunnen krijgen. Het overleggen van een verblijfsvergunning was hiervoor geen vereiste. Voor het paspoort uit 2024 was het Algemeen Ambtsbericht China 2020 van toepassing. Daaruit blijkt dat voor het vervangen van een standaardpaspoort moet worden overgelegd een aanvraagformulier, een recente pasfoto, het originele (verlopen) paspoort in origineel en kopie en een verklaring omtrent burgerschap. Het overleggen van een verblijfsvergunning is op basis van dit ambtsbericht evenmin een vereiste. De rechtbank neemt hierbij bovendien in aanmerking dat niet elke daadwerkelijke of veronderstelde administratieve tekortkoming in het afgifteproces van de afgevende staat voldoende is om bij een echt bevonden paspoort strijd met de openbare orde aan te nemen. Van een dergelijke strijd kan bijvoorbeeld sprake zijn indien aannemelijk is dat het paspoort is verkregen door aankoop. Gelet op de toelichting die eiseres heeft gegeven over het afgifteproces van het paspoort uit 2024, is daarvan in dit geval echter niet gebleken.
15. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat de overgelegde paspoorten brondocumenten zijn en dat voorafgaand aan de afgifte daarvan behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Hiermee staat buiten redelijke twijfel vast dat de gegevens in het paspoort juist zijn en betrekking hebben op eiseres. De gegevens uit de paspoorten moeten daarom in de Brp worden gewijzigd. Partijen zijn het erover eens dat met dit oordeel aan alle verzoeken is tegemoetgekomen. De overige overgelegde documenten behoeven daarom geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 13 juni 2024 te herroepen. De juistheid van de in de paspoorten van 4 augustus 2014 en 21 maart 2024 vermelde persoonsgegevens is buiten redelijke twijfel vast komen te staan. De rechtbank zal daarom het college opdragen om de bestaande inschrijving binnen vier weken na verzending van deze uitspraak in de Brp te wijzigen zoals hierna bepaald. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
17. Omdat het beroep gegrond is moet het college de proceskosten vergoeden. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Het college moet ook het griffierecht aan eiseres vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 16 april 2025;
- herroept het besluit van 13 juni 2024;
- draagt het college op binnen 4 weken na de dag van verzending van deze uitspraak de bestaande inschrijving van eiseres te wijzigen in: [voornaam 2] [geslachtsnaam 2] , geboren op [geboortedag 2] 1984 in [geboorteplaats 2] , China;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, 24 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet basisregistratie personen (Wet brp)
Artikel 2.8, tweede lid:
2. De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:
3. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;
4. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;
5. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Pro Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
6. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;
7. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.
Artikel 2.10, tweede en derde lid:
2. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, alsmede artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.
3. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d en e, worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.
Artikel 2.58, eerste en tweede lid:
Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van Pro de verordening, of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, bevat de aan te brengen wijzigingen.
Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4980.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5072.