3.6.Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten onder verbetering van de motivering.
Omvang van het geding
4. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is. Daartoe voert het college aan dat sprake zou zijn van misbruik van recht, dan wel van rechtsverwerking, en dat het verzoek van eiseres tot wijziging van de gegevens in de Brp daarom voor afwijzing in aanmerking komt. De rechtbank is van oordeel dat deze beoordeling buiten de omvang van het geding valt. Dit standpunt is niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. De rechtbank komt daarom toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroep.
5. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in haar overzichtsuitspraak van 22 oktober 2025het beoordelingskader voor rectificatieverzoeken zoals uiteengezet in de uitspraak van 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1198, op enkele punten gewijzigd of verduidelijkt. 6. Bij rectificatieverzoeken moet beoordeeld worden of buiten redelijke twijfel uit de overgelegde brondocumenten, zo nodig bezien in samenhang met de daarmee verband houdende nadere bewijsmiddelen, volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Als dat het geval is, en het brondocument van gelijke of hogere orde is dan het document of de verklaring op grond waarvan de eerdere inschrijving heeft plaatsgevonden, wordt het gegeven, of worden de gegevens waar het in dat geval om gaat, in de Brp gewijzigd.
7. De wettelijke regels die verder van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
8. Eiseres stelt dat de overgelegde Chinese paspoorten behoren te worden aangemerkt als brondocumenten in de zin van artikel 2.8, tweede lid, sub d, van de Wet basisregistratie personen (Wet brp). Volgens eiseres is het paspoort uit 2024 in overeenstemming met de procedure zoals beschreven in het Algemeen Ambtsbericht China 2020 opgemaakt, waardoor in beginsel van de juistheid van de gegevens van het paspoort moet worden uitgegaan. Zij omschrijft het afgifteproces als volgt. Bij de aanvraag van het paspoort uit 2024 is een kopie van het in 2014 afgegeven paspoort overgelegd, samen met een kopie van de Chinese identiteitskaart en een kopie van de hukou. Verder is het paspoort uit 2014 opgemaakt volgens de procedure zoals beschreven in het Algemeen Ambtsbericht China 2012. Bij deze aanvraag is een oud paspoort uit 2002 overgelegd, werd een foto van haar afgenomen en heeft zij drie formulieren met persoonsgegevens ingevuld. Het ‘oude’ paspoort is in 2002 in China aangevraagd en verkregen. Eiseres stelt dat zij daarbij de hukou en haar Chinese identiteitskaart heeft overgelegd.
9. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de in de overgelegde paspoorten opgenomen gegevens niet voor verwerking in de Brp in aanmerking komen. Volgens het college staat niet vast dat de opmaak en afgifte correct zijn verlopen, of dat de inhoud van de overgelegde paspoorten juist is. Bureau Documenten heeft de echtheid van de paspoorten positief beoordeeld, maar heeft niet kunnen vaststellen of de paspoorten inhoudelijk juist zijn. Volgens het college heeft het zich hierop mogen baseren. Daarnaast stelt het college dat niet is gebleken dat de in de verschillende Algemene Ambtsberichten over China beschreven afgifteprocessen van de overgelegde paspoorten op de juiste wijze zijn doorlopen. Bij de aanvraag om het paspoort uit 2024 heeft eiseres namelijk geen verblijfsvergunning overgelegd. Uit de verblijfsvergunning zou volgen dat eiseres onder een andere identiteit in Nederland verblijft, waardoor niet valt uit te sluiten dat zij in dat geval geen paspoort had gekregen van de Chinese autoriteit. Verder heeft eiseres volgens het college niet aangetoond dat zij de door haar genoemde documenten heeft overgelegd bij de afgifteprocessen van de overgelegde paspoorten.
10. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de overgelegde paspoorten brondocumenten zijn als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d, van de Wet brp. Ook zijn partijen het erover eens dat Bureau Documenten geen uitspraak heeft gedaan over de inhoudelijke juistheid van deze documenten.
11. De rechtbank overweegt dat aan paspoorten in het internationale rechtsverkeer een belangrijke bewijsfunctie wordt toegekend. In beginsel moet van de juistheid van de gegevens in een door de bevoegde autoriteit afgegeven paspoort worden uitgegaan. Als het college de gegevens uit een echt bevonden paspoort niet wil volgen, zal het aannemelijk moeten maken dat er geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden of de gegevens onjuist zijn. Het in algemene zin uiten van twijfels over de afgiftepraktijk van het brondocument in de afgevende staat, bijvoorbeeld door te wijzen op frauduleuze praktijken die zich hebben voorgedaan, is hiervoor onvoldoende. Aan de individuele aanvraag te relateren omstandigheden kunnen, eventueel in samenhang met kennis over de algemene afgiftepraktijk, wel voldoende zijn om aannemelijk te maken dat geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
12. Zoals de Afdeling in haar overzichtsuitspraak van 22 oktober 2025 heeft geoordeeld, moet er in de regel van uit worden gegaan dat behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden bij Chinese paspoorten die zijn afgegeven na 2012. Het enkele feit dat een paspoort van na 2012 is afgegeven ter vervanging van een paspoort van voor 2012, maakt niet aannemelijk dat ook het nieuwe paspoort op onbehoorlijk onderzoek is gebaseerd.
13. De rechtbank is van oordeel dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat voorafgaand aan de afgifte van de paspoorten kennelijk onbehoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Dat Bureau Documenten geen inhoudelijke uitspraak heeft gedaan over de juistheid van de gegevens is, anders dan het college kennelijk meent, onvoldoende om te concluderen dat het college aan deze bewijslast heeft voldaan. Dat het college navraag heeft gedaan bij de Chinese ambassade naar de wijze van afgifte van de paspoorten en dat de ambassade daarop niet heeft gereageerd, maakt dit oordeel ook niet anders. Daarop is namelijk niet gereageerd door deze ambassade en het college heeft hiermee dus niet zijn standpunt aannemelijk gemaakt. Het lag op de weg van het college om aannemelijk te maken dat de paspoorten geen betrekking hebben op eiseres, bijvoorbeeld door te wijzen op verschillen tussen haar uiterlijke kenmerken en de foto’s in de overgelegde documenten. Het college heeft in dit verband aangevoerd dat in het door eiseres overgelegde fotovergelijkend onderzoek de conclusie “veel waarschijnlijker” wordt gehanteerd en dat dit onvoldoende doorslaggevend is. Het FDRB had volgens het college tot de conclusie “extreem veel waarschijnlijker” moeten komen. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele stelling dat de gebruikte waarschijnlijkheidsscore onvoldoende hoog is, ontoereikend om aannemelijk te maken dat de paspoorten geen betrekking hebben op eiseres, temeer nu eiseres aantoonbaar aanzienlijke inspanningen heeft verricht om haar identiteit met verschillende onderzoeken te onderbouwen.
14. De rechtbank volgt het college evenmin in het betoog dat eiseres, gelet op het Algemeen Ambtsbericht van 2020, bij de aanvraag van de paspoorten een verblijfsvergunning had moeten overleggen. Ten tijde van de afgifte van het paspoort van 2014 was uitsluitend het Algemeen Ambtsbericht China 2012 van toepassing, waarin de procedure staat omschreven voor de aanvraag van een nieuw paspoort. Uit het ambtsbericht blijkt dat Chinese onderdanen die in het buitenland verblijven op basis van een kopie van het oorspronkelijke paspoort of een ander origineel document waaruit de Chinese nationaliteit en identiteit van de aanvrager blijkt, een nieuw paspoort kunnen krijgen. Het overleggen van een verblijfsvergunning was hiervoor geen vereiste. Voor het paspoort uit 2024 was het Algemeen Ambtsbericht China 2020 van toepassing. Daaruit blijkt dat voor het vervangen van een standaardpaspoort moet worden overgelegd een aanvraagformulier, een recente pasfoto, het originele (verlopen) paspoort in origineel en kopie en een verklaring omtrent burgerschap. Het overleggen van een verblijfsvergunning is op basis van dit ambtsbericht evenmin een vereiste. De rechtbank neemt hierbij bovendien in aanmerking dat niet elke daadwerkelijke of veronderstelde administratieve tekortkoming in het afgifteproces van de afgevende staat voldoende is om bij een echt bevonden paspoort strijd met de openbare orde aan te nemen. Van een dergelijke strijd kan bijvoorbeeld sprake zijn indien aannemelijk is dat het paspoort is verkregen door aankoop. Gelet op de toelichting die eiseres heeft gegeven over het afgifteproces van het paspoort uit 2024, is daarvan in dit geval echter niet gebleken.
15. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat de overgelegde paspoorten brondocumenten zijn en dat voorafgaand aan de afgifte daarvan behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Hiermee staat buiten redelijke twijfel vast dat de gegevens in het paspoort juist zijn en betrekking hebben op eiseres. De gegevens uit de paspoorten moeten daarom in de Brp worden gewijzigd. Partijen zijn het erover eens dat met dit oordeel aan alle verzoeken is tegemoetgekomen. De overige overgelegde documenten behoeven daarom geen bespreking.