ECLI:NL:RBZWB:2026:13
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een naheffingsaanslag Bpm en verzoek om immateriële schadevergoeding
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van belanghebbende, een B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 4.530, welke door belanghebbende werd betwist. De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door mr. M.U. Sahin en de inspecteur door twee inspecteurs.
De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Belanghebbende had een melding gedaan voor de registratie van een Porsche Macan en een bedrag aan Bpm voldaan, maar de inspecteur stelde dat de verschuldigde Bpm hoger was. De rechtbank heeft de beroepsgronden van belanghebbende beoordeeld, waaronder de toepassing van de herleidingsmethode en de hoogte van de historische nieuwprijs. De rechtbank oordeelt dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat de historische nieuwprijs correct is vastgesteld op € 133.063.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met zestien maanden is overschreden en kent een schadevergoeding van € 1.500 toe, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en de rest voor de Staat komt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar wijst de schadevergoeding toe en kent proceskosten toe aan belanghebbende.