ECLI:NL:RBZWB:2026:1394

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11625840 CV EXPL 25-1132 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Swaanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:233 sub a BWArt. 6:119 BWRichtlijn 93/13/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en toewijzing schadevergoeding en ophaalkosten bij huur roerende zaken

Eiseres, Elbuco B.V., heeft de rechtbank verzocht de huurovereenkomsten voor een Samsung QLED-TV, Sony LED-TV en een Sony Playstation 5 te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot afgifte van het gehuurde, betaling van vervallen huurtermijnen, een gebruiksvergoeding, schadevergoeding en ophaalkosten. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelde of aan de precontractuele informatieverplichtingen was voldaan en concludeerde dat eiseres hieraan had voldaan. Vervolgens werd ambtshalve getoetst of de bedingen in de algemene voorwaarden oneerlijk waren. Het beding over vervangingswaarde (artikel 10.2) en het beding over ophaalkosten (artikel 9.6 lid a) werden als redelijk en niet onredelijk bezwarend beoordeeld.

De rechtbank ontbond de huurovereenkomsten met ingang van de dag na het vonnis, veroordeelde gedaagde tot betaling van vervallen huurtermijnen en huur tot ontbinding, en tot afgifte van het gehuurde binnen 14 dagen. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van een eenmalige ophaalkost van €75 bij tijdige afspraak, een dwangsom van €150 per dag bij niet-nakoming tot maximaal €2.700, en een schadevergoeding van maximaal €2.611,20 bij niet-tijdige afgifte. Proceskosten en wettelijke rente werden eveneens toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de huurovereenkomst en veroordeelt gedaagde tot betaling van huur, schadevergoeding, ophaalkosten en proceskosten met oplegging van een dwangsom bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 11625840 CV EXPL 25-1132
vonnis d.d. 25 februari 2026
inzake
de besloten vennootschap
Elbuco B.V.,
statutair gevestigd te Culemborg,
eiseres,
gemachtigde: Legalsteps B.V. te Hoogvliet Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 10 maart 2025 met producties.

2.Het geschil

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd de tussen partijen bestaande huurovereenkomsten te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot afgifte van het gehuurde alsmede gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag aan vervallen huurtermijnen, een gebruiksvergoeding en een bedrag aan schadevergoeding en vergoeding van ophaalkosten indien afgifte van het gehuurde uitblijft, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen hem verstek is verleend.

3.De beoordeling

3.1
Gelet op de stellingen van eiseres is de gedaagde partij een consument en handelt eiseres in beroep of bedrijf.
3.2
Eiseres stelt dat tussen haar en gedaagde op 17 november 2023 overeenkomsten tot (ver)huur van een Samsung QLED-TV, Sony LED-TV en een Sony Playstation 5 (hierna; het gehuurde) zijn gesloten. Partijen zijn hierbij een huurperiode per product van 60 maanden overeengekomen tegen een totale huurprijs van € 138,82 per maand.
3.3
Eiseres stelt dat de overeenkomsten tot stand zijn gekomen door middel van een bestelproces dat bestaat uit drie fases: een online aanvraagfase, een telefonische fase en een schriftelijke fase, en dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieverplichtingen.
3.4
Voor wat betreft de gevorderde boete/schadevergoeding, indien gedaagde in gebreke blijft het gehuurde aan eiseres af te geven, stelt eiseres als volgt. De schadevergoeding wordt niet gevorderd op grond van artikel 10.2 van de toepasselijke voorwaarden. Eiseres stelt dat zij ermee bekend is dat het betreffende beding als onredelijk wordt beschouwd en sanctioneert zichzelf door het beding te vernietigen. Voor de berekening van de gevorderde schadevergoeding heeft zij aansluiting gezocht bij de meest recente minimale marktwaarde van het gehuurde volgens Tweakers.nl.
3.5
De kantonrechter overweegt het volgende.
Is er voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen?
3.6
De vordering van eiseres is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de essentiële wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, o en p en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze verplichtingen is voldaan, dient gemotiveerd te worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). Als daarbij precontractuele informatie in de algemene voorwaarden wordt opgenomen, moet worden voldaan aan de eisen die zijn genoemd in het Tiketa-arrest (HvJ EU 24 februari 2022,ECLI:EU:C:2022:112).
3.7
De kantonrechter ziet, gelet op de stellingen van eiseres en de bij de dagvaarding overgelegde producties, in de onderhavige zaak geen aanleiding te veronderstellen dat niet aan de voornoemde precontractuele verplichtingen is voldaan.
3.8
Ook voor wat betreft de contractuele informatieverplichting heeft de eisende partij voldoende gesteld en onderbouwd dat zij deze is nagekomen.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.9
Nu eiseres heeft gesteld dat haar algemene voorwaarden op de huurovereenkomsten van toepassing zijn dient de kantonrechter ambtshalve te beoordelen of sprake is van oneerlijke bedingen in de zin van Richtlijn 93/13/EG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (de Richtlijn). De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn voor de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, dan moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen. De handelaar kan in dat geval geen aanspraak maken op een wettelijke vergoeding die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest [1] .
3.1
De kantonrechter oordeelt als volgt. Een eventueel oneerlijk beding in algemene voorwaarden is op grond van artikel 6:233 sub a BW Pro vernietigbaar. Pas wanneer een dergelijk beding in rechte wordt vernietigd wordt dit beding geacht nooit te hebben bestaan. De vernietiging van het beding door eiseres zelf heeft dus geen gevolgen. De kantonrechter dient het beding dan ook ambtshalve te toetsen.
Artikel 10.2 Schadevergoeding/vervangingswaarde
3.11
In artikel 10.2 van de toepasselijke voorwaarden heeft eiseres opgenomen dat wanneer de huurder bij (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst niet binnen een termijn van acht dagen na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van eiseres het gehuurde aan eiseres teruggeeft, huurder een bedrag verschuldigd is ter hoogte van de dan geldende vervangingswaarde van het gehuurde. In het artikel is vermeld dat de vervangingswaarde wordt berekend met behulp van de formule: huurprijs inclusief btw x resterende looptijd in maanden x 57%. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding een redelijke en duidelijke maatstaf voor de berekening van de vervangingswaarde inhoudt, die bovendien begrijpelijk is voor de consument. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het beding niet onredelijk bezwarend is.
3.12
Eiseres vordert aan schadevergoeding een bedrag van € 2.688,49. Op grond van het beding zoals opgenomen in artikel 10.2 van de algemene voorwaarden zou eiseres aanspraak kunnen maken op een bedrag van € 2.611,20 (€ 138,82 x 33 resterende maanden x 0,57). Nu het gevorderde bedrag hoger is dan het bedrag waarop eiseres aanspraak zou kunnen maken als zij deze zou vorderen op grond van de algemene voorwaarden, zal de kantonrechter de schadevergoeding toewijzen, maar slechts voor zover deze het bedrag van € 2.611,20 niet te boven gaat. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis. De kantonrechter overweegt dat gedaagde, indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De kantonrechter zal daarom dienovereenkomstig beslissen.
Artikel 9.6 lid a Schadevergoeding/ophaalkosten
3.13
Artikel 9.6 aanhef en lid a van de toepasselijke voorwaarden luidt als volgt:

Na verloop van de termijn om de Overeenkomst te ontbinden als bedoeld in artikel 2.2 heeft Elbuco bij tussentijdse beëindiging het recht Huurder de volgende extra kosten in rekening te brengen:
a. Voor het ophalen van de goederen of de poging daartoe wordt € 75,00 per keer in
rekening gebracht. In deze kosten zijn opgenomen de kosten van het plannen van het
bezoek, het bezoeken van Huurder en de logistieke verwerking. Ongeacht of het
gehuurde feitelijk wordt teruggegeven.”.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen in de ophaalkosten van € 75,00, indien gedaagde binnen acht dagen na het vonnis een afspraak maakt voor het retourneren van het gehuurde. Gelet op de onweersproken stelling dat het gehuurde, gezien haar aard en omvang, niet door gedaagde zelf per gewone post kan worden geretourneerd, zullen deze kosten worden toegewezen. Het beding met betrekking tot de ophaalkosten is duidelijk geformuleerd en niet oneerlijk. Ook de omvang van de bedongen vergoeding – € 75,00 per keer – wordt niet oneerlijk geacht.
Het overig gevorderde
3.14
Het overig gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig dan wel ongegrond voor, en zal worden toegewezen, met dien verstande dat een afgiftetermijn van 14 dagen zal worden bepaald. De kantonrechter overweegt dat gedaagde, indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De kantonrechter zal daarom dienovereenkomstig beslissen.
3.15
De gevorderde dwangsom zal als hierna vermeld worden toegewezen.
3.16
Gedaagde is overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom de proceskosten van eiseres moeten voldoen. De proceskosten van eiseres worden tot op heden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 340,00
- salaris gemachtigde € 144,00 (1 punt(en) x tarief € 144,00)
- nakosten
€ 72,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 676,78.
3.17
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
ontbindt met ingang van de dag na heden de tussen partijen gesloten overeenkomsten tot (ver)huur van een Samsung QLED-TV, Sony LED-TV en een Sony Playstation 5;
4.2
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen:
- een bedrag van € 1.110,56 aan vervallen huurtermijnen, vermeerderd met de wettelijke rente over de vervaldatum van de respectievelijke huurtermijnen tot de dag van volledige voldoening;
- een bedrag van € 138,82 per maand of gedeelte daarvan aan huur vanaf de dag der dagvaarding tot de datum van ontbinding van de overeenkomsten, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf de vervaldatum per huurtermijn tot aan de dag van de algehele voldoening;
4.3
veroordeelt gedaagde om de gehuurde zaken zoals genoemd onder 4.1 binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te doen inleveren bij eiseres;
4.4
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een eenmalig bedrag aan ophaalkosten ten bedrage van € 75,00 als binnen 14 dagen na betekening van het vonnis een afspraak wordt gemaakt voor het retourneren van het gehuurde zoals genoemd 4.1;
4.5
bepaalt dat gedaagde aan eiseres een dwangsom verbeurt van € 150,00 voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft aan het onder 4.3 bepaalde te voldoen tot een maximum van € 2.700,00 is bereikt;
4.6
veroordeelt gedaagde indien het gehuurde niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan eiseres wordt afgegeven tot betaling aan eiseres van een bedrag van
€ 2.611,20 aan boete dan wel schadevergoeding, waarop ontvangen bedragen uit hoofde van de dwangsom in mindering dienen te worden gebracht, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;
4.7
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 676,78 vermeerderd met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
4.8
veroordeelt gedaagde in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn voldaan;
4.9
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.1
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68.