4.2.Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een lagere boete rechtvaardigen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Van eiser mag worden verwacht dat hij de wet- en regelgeving kent. Ook acht het college het uiterst onwaarschijnlijk en ongeloofwaardig dat eiser niet wist dat een hennepkwekerij van deze omvang illegaal was. Hij heeft zelf met de hennepkwekerij ingestemd om inkomsten voor zijn familie te genereren.
Had het college de bestuurlijke boete moeten matigen vanwege bijzondere omstandigheden?
5. De rechtbank stelt vast dat de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, hierom dient de hoogte van de boete te worden getoetst aan artikel 5:46, derde lid, van de Awb. Hierin is bepaald dat het bestuursorgaan, als de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, niettemin een lagere bestuurlijke boete oplegt, indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State – de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken – volgt dat een verminderde verwijtbaarheid, een beperkte ernst van een overtreding en een geringe financiële draagkracht kunnen worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 5:46, derde lid, van de Awb, die aanleiding geven om een boete te matigen. Voor zover de overtreder stelt dat een of meer van deze omstandigheden aan de orde zijn, moet hij dat aannemelijk maken.
Verminderde verwijtbaarheid
6. Ten aanzien van de door eiser aangevoerde verwijtbaarheid overweegt de voorzieningenrechter dat eiser heeft gewezen op de uitspraak van de voorzieningenrechter die ziet op het besluit tot sluiting van eisers woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van deze hennepkwekerij. De voorzieningenrechter overweegt in die uitspraak dat eiser zich terecht beroept op verminderde verwijtbaarheid vanwege zijn psychische gesteldheid. In die procedure heeft eiser medische informatie van zijn huisarts en het UWV overgelegd waaruit blijkt dat hij ernstige PTSS en een slaapstoornis heeft. Ook is vermeld dat de verzekeringsarts van het UWV heeft geschreven dat bij eiser sprake is van een sterk verminderd niveau van persoonlijk en sociaal functioneren, waarmee het niet goed kunnen overzien van de consequenties van zijn handelen samenhangt.
De rechtbank ziet, hoewel genoemde onderliggende stukken geen onderdeel van dit dossier uitmaken, geen aanleiding van het oordeel van de voorzieningenrechter met betrekking tot de verminderde verwijtbaarheid af te wijken. Dat in die procedure enkel de burgemeester verweerder was, zoals verweerder heeft gesteld, maakt dit niet anders. Uit de stukken blijkt dat het college op de hoogte was van de inhoud van die uitspraak. Het college heeft geen informatie aangeleverd waaruit blijkt dat de overwegingen van de voorzieningenrechter onjuist zijn..
Daarnaast heeft eiser heeft zowel in bezwaar als in beroep een rapport van de reclassering van 23 juni 2023 ingebracht dat het standpunt dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid verder ondersteunt. In dit rapport wordt de conclusie getrokken dat sprake is van een trauma dat van invloed is op eisers dagelijks functioneren. Daarbij wordt opgemerkt dat eiser weinig is geïntegreerd in de Nederlandse maatschappij en kennelijk makkelijk beïnvloedbaar is. Zijn vriendin is niet alleen zijn partner, maar ook zijn hulpverlener en mantelzorger. Hij is sterk afhankelijk van haar. De kwekerij werd opgezet in een periode dat de relatie verbroken was. Er zijn zorgen over zijn psychosociaal functioneren. Hij komt somber over en de indruk bestaat dat zijn trauma zijn hele leven beheerst. Hij spreekt geen Nederlands en het is hem, in de jaren dat hij hier verblijft, ook niet gelukt Nederlands te leren. Hij is afhankelijk van zijn partner als het gaat om zaken regelen. Zijn communicatieve vaardigheden zijn beperkt, ook omdat hij sociaal angstig is. Het is duidelijk dat hij behandeling en begeleiding nodig heeft voor zijn problemen, aldus de reclassering.
Uit de in bezwaar ingebrachte stukken blijkt verder dat eiser is doorverwezen naar een psychotraumacentrum van de GGZ en dat behandeling voor zijn psychische klachten noodzakelijk wordt geacht.
Ter zitting bij de rechtbank is verder gebleken dat eiser – naar aanleiding van het reclasseringsadvies – inmiddels begeleid wordt en dat er onderzoeken zullen gaan volgen naar de eventuele aanwezigheid van een cognitieve beperking bij eiser.
Gelet op het voorgaande heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Het college had daarin aanleiding moeten zien om de bestuurlijke boete te matigen. Daarom zal de rechtbank dat doen. De rechtbank acht een boete van € 1.500,- passend en geboden.
Geringe financiële draagkracht
7. Voor wat betreft de door eiser aangevoerde geringe financiële draagkracht is de rechtbank van oordeel dat dit geen reden is voor verdere matiging van de bestuurlijke boete. Eiser heeft inmiddels een betalingsregeling gesloten met het college en betaalt € 50,- per maand. Ter zitting is aangegeven dat het financieel weliswaar lastig is, maar dat eiser wel rond kan komen.
Matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn
8. De rechtbank overweegt dat in punitieve zaken het uitgangspunt geldt dat de redelijke termijn voor een procedure in twee instanties in beginsel is overschreden als die procedure in twee instanties in beginsel is overschreven als die procedure in haar geheel langer duurt dan twee jaar. Van bijzondere omstandigheden die in dit geval een kortere of langere behandelingsduur rechtvaardigen is niet gebleken.