ECLI:NL:RVS:2025:4419
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- H. Benek
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete voor onrechtmatige vakantieverhuur woning Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan partijen een bestuurlijke boete van €11.600,- op wegens het onttrekken van woonruimte aan de woonruimtevoorraad en het niet voldoen aan de meldingsplicht bij toeristische verhuur van hun woning in Amsterdam.
Partijen maakten bezwaar en het college matigde de boete tot €3.000,-. De rechtbank stelde de boete echter op nihil wegens onvoldoende duidelijkheid over de communicatie van de gewijzigde regels en het beleid kort na invoering. Het college ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat partijen geacht mogen worden zich op de hoogte te stellen van de vergunning- en meldplicht en dat de rechtbank ten onrechte de boete op nihil stelde. Wel achtte de Afdeling een boete van €3.000,- te hoog en stelde zij de boete passend vast op €1.500,-, rekening houdend met de eerste overtreding en het particuliere karakter van partijen.
De uitspraak bevestigt het belang van handhaving van de vergunning- en meldplicht voor vakantieverhuur in Amsterdam, maar benadrukt ook de evenredigheid van de sanctie bij een eerste administratieve overtreding.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vastgesteld op €1.500,- voor de overtreding van de vergunning- en meldplicht bij vakantieverhuur.