Belanghebbende diende in september 2021 een aanvraag in voor wijziging van het bestemmingsplan van agrarisch naar woonbestemming. De gemeente wijzigde de bestemming in september 2024 en legde leges op van oorspronkelijk €21.423, later verminderd naar €19.990. Belanghebbende maakte bezwaar tegen het legesbedrag, dat door de heffingsambtenaar werd gehandhaafd.
De rechtbank oordeelt dat de leges terecht zijn opgelegd, maar het bedrag te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft onvoldoende inzicht gegeven in de specificatie van €14.156 aan reeds gemaakte kosten en geboekte uren. De rechtbank stelt het aantal uren voor beoordeling van conceptbestemmingsplannen en overige werkzaamheden lager vast dan door de heffingsambtenaar opgegeven, waardoor het legesbedrag wordt verminderd tot €13.946.
De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, reiskosten en griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak is openbaar en onherroepelijk na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep.