Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
SEPA GREEN ENERGY,
[gedaagde],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de spreekaantekeningen van mr. R.H.E. den Brabander namens Sepa Green Energy;
- de spreekaantekeningen van mr. A.J.W. Raas namens [gedaagde] .
3.De feiten
- voortijdige beëindiging van gesloten leveringsovereenkomsten met afnemers (artikel 3.12 Raamovereenkomst 2022 en 2023, artikel 4.4 Raamovereenkomst 2023 en artikel 8.3(b) Deelovereenkomst 2022 en 2023);
- het daadwerkelijke energieverbruik van een afnemer (bij toepassing van de maatwerk vergoedingsregeling) valt lager uit dan het geschatte energieverbruik (artikel 3.8 en 3.16 Raamovereenkomst 2022 en 2023);
- oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken van [gedaagde] (artikel 4.1(a) Raamovereenkomst 2022 en 2023);
- fraude van [gedaagde] (artikel 4.1(b) Raamovereenkomst 2022 en 2023);
- frauduleus handelen waarvan [gedaagde] op de hoogte is geweest en/of redelijkerwijs op de hoogte heeft kunnen zijn en/of redelijkerwijs heeft kunnen vermoeden dat er sprake van is (artikel 4.1(c) Raamovereenkomst 2022 en 2023);
- handelen van [gedaagde] in strijd met een wettelijk voorschrift en/of verplichting (artikel 4.1(d) Raamovereenkomst 2022 en 2023).
4.Het geschil
5.De beoordeling
Klanten die terecht weg zijn (om welke reden dan ook) en wij dus onterecht provisie over hebben ontvangen, betalen wij graag terug aan SEPA. In het bestand staat de teller op € 26.338,00. Dit willen we even op “On Hold” zetten totdat wij de lijst hebben gecontroleerd en hebben uitgefilterd.”Hieruit volgt dat [gedaagde] al op 27 juli 2023 bekend was met de lijst klanten waarop het bedrag van € 26.338,00 ziet. Deze lijst heeft [gedaagde] bovendien opnieuw ontvangen bij de brief van de advocaat van Sepa Green Energy van 2 februari 2024. [4] Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat van [gedaagde] meer had mogen verwacht van de motivering van zijn betwisting van de hoogte van het bedrag. [gedaagde] is niet ingegaan op de klanten en de vergoedingen die op deze lijst staan, terwijl dat wel had gekund. Naar eigen zeggen heeft hij ook onderzoek gedaan, onder meer door klanten te bellen. [gedaagde] heeft op zitting verklaard dat hij het niet terecht vindt als hij vergoedingen moet terugbetalen, omdat er uiteenlopende redenen zijn waarom klanten hun contract hebben beëindigd. Uit de overeenkomst en uit de hiervoor geciteerde e-mail van [gedaagde] volgt echter dat de redenen van vroegtijdige beëindiging niet ter zake doen.
eerste betaling’ en ‘
stap 1’. Uit die bewoordingen volgt al dat geen sprake kan zijn van een regeling waarbij [gedaagde] alleen dit bedrag moet betalen.