ECLI:NL:RBZWB:2026:1553

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
BRE 25/5861
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen aanslagen vennootschapsbelasting 2017-2019

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2017 tot en met 2019. De rechtbank beoordeelt of het beroep tijdig is ingediend. De beroepschrifttermijn van zes weken begon te lopen op 25 september 2025 en eindigde op 5 november 2025.

Het beroepschrift werd echter pas op 17 november 2025 ontvangen, waardoor het te laat is ingediend. Belanghebbende voerde persoonlijke omstandigheden aan, zoals de coronapandemie, spanningen in de privésfeer, pensionering en lichamelijke belemmeringen van de directeur, als reden voor de vertraging.

De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet zien op de periode waarin het beroep had kunnen worden ingediend en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het te laat indienen verontschuldigbaar is. De gemachtigde was immers al betrokken bij de financiële afwikkeling en bezwaarprocedure.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft de bestreden aanslag in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 9 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/5861 tot en met BRE 25/5863

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 24 september 2025. De beroepen zien op de aanslagen vennootschapsbelasting 2017 tot en met 2019 met aanslagnummers [aanslagnummer] V.76.0112, [aanslagnummer] V.86.0112 en [aanslagnummer] V.96.0112.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 24 september 2025 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 5 november 2025.
4.1.
Belanghebbende heeft het beroepschrift met PostNL verstuurd. Het beroep is bij de rechtbank ontvangen op 17 november 2025. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat meerdere omstandigheden ervoor hebben gezorgd dat [directeur] als directeur van belanghebbende niet eerder in staat was om te voldoen aan de financiële verplichtingen, zoals de coronapandemie (tussen 2020 en 2022) waardoor bedrijfsactiviteiten stil hebben gelegen, spanningen in de privésfeer met echtscheiding als gevolg, de noodzaak voor [directeur] om een nieuwe woonruimte te vinden, pensionering, lichamelijke belemmeringen en mentale frustraties uit het verleden. Ondanks de overschrijding van meerdere termijnen en de achterstanden zijn gemachtigde en belanghebbende bezig om alle achterstanden weg te werken. Sinds begin 2025 heeft [directeur] lichamelijke belemmeringen. Hij heeft problemen met zijn fijne motoriek aan de rechterkant van het lichaam. Op dit moment zijn de werkzaamheden voor belanghebbende beperkt. [directeur] geeft daarnaast aan dat hij tussen 24 september 2025 en 11 november 2025 zelf niet in staat was om beroep in te stellen en dat hij wel bijval heeft gehad van gemachtigde.
6. Om de gestelde persoonlijke omstandigheden te beoordelen of hier sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, dient gekeken te worden of belanghebbende een verwijt gemaakt kan worden. Wanneer sprake is van geringe verwijtbaarheid of een niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheid, kunnen de gestelde omstandigheden worden aangemerkt als een verschoonbare termijnoverschrijding. Dit is echter niet het geval. De rechtbank constateert dat de door belanghebbende gestelde omstandigheden grotendeels niet op de periode zien waarin belanghebbende het beroepschrift had kunnen indienen. Deze omstandigheden kunnen dus voor de beroepsfase niet leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank constateert verder dat belanghebbende samen met de gemachtigde bezig is geweest om de achterstanden en financiële zaken op te pakken. De bezwaren tegen de aanslagen zijn daar onderdeel van. De gemachtigde was dus al voor de beroepsfase bij belanghebbende betrokken. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat [directeur] , mede gelet op de betrokkenheid van de gemachtigde, niet in staat was om het beroepschrift eerder in te dienen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 9 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.