ECLI:NL:RBZWB:2026:158
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering AIO-aanvulling wegens vermogensstijging
Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) tot herziening en terugvordering van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) over de periode juli 2024 tot en met december 2024.
De SVB had het vermogen van eiser vastgesteld op €14.938,13 bij toekenning van de AIO-aanvulling en vervolgens per maand beoordeeld of het vermogen de wettelijke vermogensgrens overschreed. Hierbij werd alleen gekeken naar vermeerdering van vermogensbestanddelen, de zogenaamde vermogenstoeval. De aandelen van eiser waren in waarde gestegen, wat leidde tot een overschrijding van de vermogensgrens en een terugvordering van €1.332,60.
Eiser voerde aan dat de daling van het bedrag op zijn spaarrekening niet werd meegewogen, wat volgens hem onrechtvaardig was. De rechtbank oordeelde echter dat de wet en vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep bepalen dat alleen de vermeerdering van vermogensbestanddelen relevant is. De berekening van de SVB was correct en het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af, waardoor de terugvordering en herziening van de AIO-aanvulling in stand blijven. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt ongegrond verklaard.