Uitspraak
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2021, hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2023, hierna te noemen: [minderjarige 2] .
1.Het (verdere) procesverloop
- de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige 2] van 24 december 2025 en alle daarin vermelde stukken;
- het op 15 januari 2026 ontvangen verslag van de bijzondere curator;
- het op 27 januari 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Vermue van 28 januari 2026 met bijlagen;
- de afschriften van de geboorteakte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- de uittreksels uit het gezagsregister over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
2.De (nadere) beoordeling
- De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad. Uit die relatie zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.
- De man heeft [minderjarige 1] met toestemming van de moeder voorafgaand aan haar geboorte erkend.
- De man heeft [minderjarige 2] niet erkend. Op zijn geboorteakte staat alleen de vrouw als ouder genoemd.
- De vrouw heeft het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
- De man, de vrouw, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de Nederlandse nationaliteit en hun gewone verblijfplaats in Nederland.
zelfmet deze beschikking bij de gemeente erkennen. Het onder II genoemde verzoek van de man zal de rechtbank dan ook afwijzen.
3.De beslissing
9 februari 2027 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;
voorlopigrecht hebben op omgang met elkaar totdat in de bodemzaak anders is beslist dan wel de ouders, al dan niet met in samenspraak met de hulpverlening, tot een andere omgangsregeling zijn gekomen: