Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.[gedaagde 2] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
jegens haaronrechtmatig is gehandeld.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, een Belgische rechtspersoon, had een voorkeursrecht op delen van een bedrijventerrein dat eigendom was van gedaagde 1. Na eerdere verkoop van delen van het terrein aan eiseres, bood gedaagde 1 een ander perceel aan, waarop eiseres aanvankelijk afzag van aankoop. Na verloop van twaalf maanden herleefde het voorkeursrecht, waardoor gedaagde 1 het perceel opnieuw aan eiseres had moeten aanbieden voordat zij het aan gedaagde 2 verkocht.
Gedaagde 1 sloot echter een koopovereenkomst met gedaagde 2 zonder het perceel opnieuw aan eiseres aan te bieden, waardoor zij tekortschiet in de nakoming van het voorkeursrecht. De rechtbank oordeelt dat gedaagde 2 niet onrechtmatig heeft gehandeld, omdat zij niet op de hoogte was van het voorkeursrecht bij het sluiten van de koopovereenkomst.
Eiseres vordert levering van het perceel van gedaagde 2, maar deze primaire vordering wordt afgewezen. Wel wordt vastgesteld dat gedaagde 1 toerekenbaar tekort is geschoten en wordt zij veroordeeld tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. Afstand van het voorkeursrecht, rechtsverwerking en misbruik van recht worden door de rechtbank verworpen.
Uitkomst: Gedaagde 1 is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van het voorkeursrecht en moet schadevergoeding betalen; primaire vordering tot levering aan eiseres wordt afgewezen.