ECLI:NL:RBZWB:2026:1688

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11048927 MB VERZ 24-558
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen samenhangende verkeersboete en proceskostenvergoeding

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie in de vorm van een verkeersboete. De officier van justitie heeft de boetebeschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding van €468,- toegekend voor twaalf samenhangende zaken. Tegen deze proceskostenvergoeding is door de gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op 3 maart 2026, waarbij namens de officier van justitie niemand verscheen. Het College van Officieren van Justitie Midden (CVOM) gaf aan dat er geen zittingsvertegenwoordiger aanwezig zou zijn, maar stuurde persoonlijke aantekeningen toe, die de kantonrechter niet als standpunt heeft beschouwd. Betrokkene en gemachtigde waren eveneens niet aanwezig.

De kantonrechter oordeelde dat de samenhang van de zaken terecht was aangenomen op grond van artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De samenhang betreft bezwaren die gelijktijdig zijn behandeld en waarbij rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon of een samenwerkingsverband met identieke werkzaamheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de samenhangende verkeersboete en de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11048927 \ MB VERZ 24-558
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 26 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (My Legal Consultancy)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de boetebeschikking vernietigd. Vervolgens is er een proceskostenvergoeding toegekend van € 468,- voor 12 samenhangende zaken. Tegen de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is niemand verschenen. Daags voor de zitting heeft het CVOM te kennen gegeven dat er door omstandigheden geen zittingsvertegenwoordiger aanwezig zal zijn. Wel heeft het CVOM de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger toegezonden met de bemerking dat dat geen volwaardig alternatief voor een schriftelijk standpunt is. Er is uitdrukkelijk geen verzoek tot aanhouding gedaan. Deze zaak is dan ook niet aangehouden, maar behandeld. De kantonrechter heeft geen kennisgenomen van de persoonlijke aantekeningen. De wet geeft de mogelijkheid om op een openbare zitting een standpunt duidelijk te maken. Het toezenden van persoonlijke aantekeningen valt daarbuiten. Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie ten onrechte deze zaak met 11 andere zaken als samenhangend heeft beschouwd. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.

Overwegingen

Artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat onder samenhangende zaken het volgende wordt begrepen: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren, die door het bestuursorgaan gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van die zaken (nagenoeg) identiek konden zijn.
Naar het oordeel van de kantonrechter is hier sprake van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De officier van justitie heeft dan ook terecht samenhang van deze zaak met 11 andere zaken aangenomen. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: