Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rechts inhalen op de Turnhoutsebaan te Tilburg op 21 december 2022. Betrokkene stelde dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden en dat de omstandigheden, waaronder werkzaamheden en verkeerschaos, het rechts inhalen noodzakelijk maakten. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar was niet aanwezig bij de zitting en leverde geen schriftelijk standpunt.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Door het ontbreken van een volwaardig verweer van het Openbaar Ministerie en de onduidelijkheid over de omstandigheden, krijgt betrokkene het voordeel van de twijfel. De boete en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.
Daarnaast kent de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 934 toe aan betrokkene. De uitspraak is gedaan op 26 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd met terugbetaling en proceskostenvergoeding.