ECLI:NL:RBZWB:2026:1690

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11010205 MB VERZ 24-332
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete voor rechts inhalen op Turnhoutsebaan te Tilburg

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rechts inhalen op de Turnhoutsebaan te Tilburg op 21 december 2022. Betrokkene stelde dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden en dat de omstandigheden, waaronder werkzaamheden en verkeerschaos, het rechts inhalen noodzakelijk maakten. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar was niet aanwezig bij de zitting en leverde geen schriftelijk standpunt.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Door het ontbreken van een volwaardig verweer van het Openbaar Ministerie en de onduidelijkheid over de omstandigheden, krijgt betrokkene het voordeel van de twijfel. De boete en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Daarnaast kent de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 934 toe aan betrokkene. De uitspraak is gedaan op 26 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd met terugbetaling en proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11010205 \ MB VERZ 24-332
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 26 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is niemand verschenen. Daags voor de zitting heeft het CVOM te kennen gegeven dat er door omstandigheden geen zittingsvertegenwoordiger aanwezig zal zijn. Wel heeft het CVOM de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger toegezonden met de bemerking dat dat geen volwaardig alternatief voor een schriftelijk standpunt is. Er is uitdrukkelijk geen verzoek tot aanhouding gedaan. Deze zaak is dan ook niet aangehouden, maar behandeld. De kantonrechter heeft geen kennisgenomen van de persoonlijke aantekeningen. De wet geeft de mogelijkheid om op een openbare zitting een standpunt duidelijk te maken. Het toezenden van persoonlijke aantekeningen valt daarbuiten. Namens gemachtigde is verschenen [gemachtigde]. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rechts inhalen waar dat verboden is op de Turnhoutsebaan te Tilburg op 21 december 2022 om 16:21 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Als reden voor het niet staande houden stelt verbalisant enkel dat hij in een burgervoertuig reed. Gemachtigde stelt dat daaruit echter niet volgt dat er geen reële mogelijkheid was om staande te houden. Ook blijkt niet wat de omstandigheden van het geval waren, waardoor niet kan worden beoordeeld of er een reële mogelijkheid bestond. Zo is onbekend of het een burger- of dienstvoertuig betrof en stopmiddelen voor handen waren, of dat er andere verbalisanten aanwezig waren die tot staandehouding over hadden kunnen gaan. Derhalve dient de beschikking te worden vernietigd, gezien schending van artikel 5 Wahv Pro. Nu een en ander onduidelijk blijft, had het in de weg van de officier van justitie gelegen een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de verbalisant. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het gaat om een stuk van 300 meter, van stoplicht tot stoplicht. Vanwege werkzaamheden stond de afslag voor linksaf vol, waardoor je genoodzaakt was om hier via rechts voorbij te gaan. Betrokkene moest namelijk het tweede stoplicht pas naar links. Op de pleeglocatie waren ze twee weken bezig met werkzaamheden, waardoor het een grote chaos was rond spitstijden. Voor betrokkene is daarom geen sprake van rechts inhalen. Ook is niet te hard gereden. Gemachtigde heeft hieraan toegevoegd dat het zaakoverzicht te summier is en de verbalisant heeft nagelaten betrokkene staande te houden. Tevens zijn er ter zitting geen aanvullende omstandigheden gebleken.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het dossier de ter zitting ontstane twijfel niet wegneemt. Gelet op de afwezigheid van de zittingsvertegenwoordiger namens het CVOM krijgt betrokkene derhalve het voordeel van de twijfel. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- = € 934,00.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 934.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: