Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Professor Keesomweg te Waalwijk op 19 september 2022. Betrokkene stelde in beroep dat hij de gedraging niet had verricht en twijfelde aan de waarneming van de verbalisant.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die de juistheid van deze verklaring in twijfel trekken. Een enkele ontkenning was onvoldoende om de boete te verwerpen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie had het beroep ongegrond verklaard, maar de kantonrechter wijzigde deze beslissing en matigde de boete tot €262,50 plus administratiekosten. Betrokkene moet het resterende bedrag van €37,50 betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.