ECLI:NL:RBZWB:2026:1697

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11112991 MB VERZ 24-739
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete voor rijden op voetpad bij laad- en losactiviteit

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens rijden op het voetpad op het Stadhuisplein te Tilburg tijdens een laad- en losactiviteit op 24 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat hij rijinstructeur is, de regels respecteert, en dat er geen alternatieve parkeergelegenheid was. Ook wezen buurtbewoners zich zo te gedragen.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de officier van justitie niet aanwezig, en de kantonrechter nam geen kennis van persoonlijke aantekeningen van het CVOM.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd, maar matigde de boete tot nihil vanwege de incidentele aard van de overtreding en het ontbreken van ontheffing. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag van €159,- terugbetalen. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete voor rijden op het voetpad wordt gematigd tot nihil vanwege incidentele laad- en losactiviteit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11112991 \ MB VERZ 24-739
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 26 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is niemand verschenen. Daags voor de zitting heeft het CVOM te kennen gegeven dat er door omstandigheden geen zittingsvertegenwoordiger aanwezig zal zijn. Wel heeft het CVOM de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger toegezonden met de bemerking dat dat geen volwaardig alternatief voor een schriftelijk standpunt is. Er is uitdrukkelijk geen verzoek tot aanhouding gedaan. Deze zaak is dan ook niet aangehouden, maar behandeld. De kantonrechter heeft geen kennisgenomen van de persoonlijke aantekeningen. De wet geeft de mogelijkheid om op een openbare zitting een standpunt duidelijk te maken. Het toezenden van persoonlijke aantekeningen valt daarbuiten. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op het Stadhuisplein te Tilburg op 24 februari 2023 om 17:06 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene woont op het Stadhuisplein en was ten tijde van de gedraging aan het laden en lossen.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij rijinstructeur is, de regels respecteert en ook anderen dit leert te doen. Op de pleegdatum moest betrokkene echter laad- en losactiviteiten verrichten. Er waren verder geen parkeergelegenheden in de buurt van zijn woning. Tevens doen buurtbewoners hetzelfde. Pas later heeft betrokkene vernomen dat hij middels een camera en geautomatiseerd systeem is beboet. Betrokkene begrijpt dat het een voetpad betreft, maar had toen geen andere optie. Vanwege de boete gaat betrokkene het nooit meer doen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het om een incidentele situatie gaat en betrokkene bekend is geraakt met de eventuele consequenties zonder ontheffing. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: