ECLI:NL:RBZWB:2026:1748
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste naheffingsaanslag BPM en toekenning hogere kostenvergoeding en immateriële schadevergoeding
Belanghebbende deed op 20 april 2021 aangifte BPM voor een Land Rover Range Rover Sport en betaalde € 2.379. De inspecteur legde een naheffingsaanslag van € 6.794 op, verminderd tot € 6.727 na bezwaar. De rechtbank beoordeelt de juistheid van deze naheffingsaanslag en de kostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025 en de toepassing van de taxatiemethode voor afschrijving. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade dan reeds in aanmerking genomen.
Wel wordt belanghebbende een hogere kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend, conform het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2024. Tevens krijgt belanghebbende een immateriële schadevergoeding van in totaal € 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 667 voor rekening van de inspecteur en € 833 voor de Staat. De inspecteur moet ook het griffierecht en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt bevestigd, belanghebbende krijgt een hogere kostenvergoeding en een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.