ECLI:NL:RBZWB:2026:1848
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingesteld beroep tegen niet tijdig beslissen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting en stelde de invorderingsambtenaar in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing. De invorderingsambtenaar besloot uiteindelijk op het bezwaar en nam een dwangsombeschikking. Belanghebbende stelde daarop beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat partijen het erover eens zijn dat de invorderingsambtenaar op het bezwaar en het verzoek om een dwangsom heeft beslist. Omdat er inmiddels beslissingen zijn genomen, bestaat er geen procesbelang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Bovendien was het beroep op het moment van indiening kennelijk niet-ontvankelijk omdat de termijn van de ingebrekestelling nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet ontvankelijk is en dat er geen recht bestaat op een proceskostenvergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding om het standpunt van de heffingsambtenaar dat het beroep niet door de belastingplichtige zelf is ingediend, te behandelen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 maart 2026 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg was ingesteld.