Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 14 maart 2023. Betrokkene stelde dat hij door wegwerkzaamheden in een fuik terechtkwam en dat de boete onredelijk was. Tevens werd een schending van de hoorplicht aangevoerd omdat de gemachtigde en betrokkene niet gehoord waren door de officier van justitie.
De kantonrechter oordeelde dat de hoorplicht inderdaad was geschonden, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. De inhoudelijke beoordeling wees uit dat de gedraging wel had plaatsgevonden, ondersteund door de verklaring van de verbalisant en schouwrapporten met deugdelijke bebording.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en een proceskostenvergoeding van €467 toe te kennen aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is met 25% gematigd en een proceskostenvergoeding toegekend.