Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 1 maart 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter constateerde dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, omdat betrokkene en zijn gemachtigde niet in de gelegenheid waren gesteld te worden gehoord. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Inhoudelijk oordeelde de kantonrechter dat de boete terecht was opgelegd, gelet op de verklaring van de verbalisant en de aanwezigheid van deugdelijke bebording.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Betrokkene kreeg het teveel betaalde bedrag terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €467 toegekend voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete met 25% gematigd en een proceskostenvergoeding toegekend.