Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 11 juli 2022. Betrokkene voerde aan dat zij handelde volgens het navigatiesysteem en de verkeersborden, en dat sprake was van een fuik waardoor achteruitrijden niet mogelijk was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat de gedraging had plaatsgevonden. Er waren geen feiten of omstandigheden die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigden. Het dossier bevatte foto’s en schouwrapporten ter ondersteuning.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.