Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Spoorlaan te Tilburg op 15 april 2023. Betrokkene stelde dat hij stil stond en de telefoon oppakte om een foto te maken, waardoor niet aan alle bestanddelen van artikel 61a RVV was voldaan. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was de officier van justitie niet aanwezig en werden persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger niet als standpunt geaccepteerd. De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de gedraging had plaatsgevonden en verwierp het verweer van betrokkene dat hij stil stond. Een enkele ontkenning was onvoldoende om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen.
De kantonrechter constateerde dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.