Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 28 augustus 2022. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege een fuik en omleidingen door wegwerkzaamheden, waardoor de situatie onduidelijk was.
De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was geen vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie aanwezig, en de kantonrechter nam geen kennis van de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende was vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de aangevoerde omstandigheden geen twijfel opriepen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete met 25% gematigd en een proceskostenvergoeding toegekend.