ECLI:NL:RBZWB:2026:1867

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11113022 MB VERZ 24-742
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens rijden op fietspad met matiging en proceskostenvergoeding

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 6 april 2023. Hij stelde dat hij recht had op een ontheffing vanwege zijn bedrijf, die door een fout van de gemeente niet correct was verlengd. Tevens voerde hij overschrijding van de redelijke termijn aan en vroeg om matiging van de boete en een proceskostenvergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel achtte de kantonrechter de aangevoerde omstandigheden, waaronder het vertrouwensbeginsel en de complexiteit van de verkeerssituatie, reden om de boete te matigen tot nihil.

Daarnaast werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en werd een proceskostenvergoeding van €467 toegekend. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is gematigd tot nihil en een proceskostenvergoeding is toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11113022 \ MB VERZ 24-742
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 26 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboetes.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is niemand verschenen. Daags voor de zitting heeft het CVOM te kennen gegeven dat er door omstandigheden geen zittingsvertegenwoordiger aanwezig zal zijn. Wel heeft het CVOM de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger toegezonden met de bemerking dat dat geen volwaardig alternatief voor een schriftelijk standpunt is. Er is uitdrukkelijk geen verzoek tot aanhouding gedaan. Deze zaak is dan ook niet aangehouden, maar behandeld. De kantonrechter heeft geen kennisgenomen van de persoonlijke aantekeningen. De wet geeft de mogelijkheid om op een openbare zitting een standpunt duidelijk te maken. Het toezenden van persoonlijke aantekeningen valt daarbuiten. Gemachtigde is niet verschenen. Betrokkene is wel verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 6 april 2023 om 21:17 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft reeds in het administratief beroepschrift aangegeven dat hij recht heeft op een ontheffing vanwege zijn bedrijf. Deze ontheffing is door een fout van de gemeente slechts voor twee jaar gegeven, in plaats van de afgesproken drie jaar. Betrokkene heeft in januari 2023, toen de twee jaar voorbij was, navraag gedaan bij de gemeente Tilburg, waarna hem door een medewerker van de gemeente Tilburg werd verzekerd dat de ontheffing automatisch verlengd zou worden. Gelet op het vertrouwensbeginsel mocht betrokkene hierop vertrouwen. Desondanks werd de ontheffing niet automatisch verlengd en heeft betrokkene meerdere sancties ontvangen. De sanctie kan, gelet op het vertrouwensbeginsel, niet in stand blijven. Verder is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de verkeerstoegang tot de binnenstad van Tilburg gecompliceerd is, waarbij regelmatig onderhoud plaatsvindt en nieuwe regels gelden. Betrokkene moet hoe dan ook naar zijn zaak toe kunnen om laad- en losactiviteiten te verrichten. In een halfjaar tijd zijn 34 boetes ontvangen, waarvan 28 boetes zijn betaald.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Matiging
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij zijn de aangevoerde omstandigheden van belang. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De proceskosten-vergoeding is als volgt berekend: beroepschrift 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,-.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 467.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: