Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren in een parkeerverbodszone op de Magazijnstraat te Tilburg op 23 april 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was geen vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie aanwezig; de kantonrechter weigerde kennis te nemen van persoonlijke aantekeningen van het CVOM. Betrokkene en zijn gemachtigde waren eveneens afwezig. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en concludeerde dat de gedraging voldoende was vastgesteld.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase waarin de termijn was overschreden. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.