Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg (A16) te Prinsenbeek op 21 november 2023. Betrokkene stelde dat hij de gedraging niet had verricht en voerde aan dat hij een telefoonhouder en een groot scherm in zijn Tesla heeft, waardoor het gebruik van een mobiel apparaat tijdens het rijden overbodig is.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep niet-ontvankelijk, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting voerde de zittingsvertegenwoordiger aan dat de verklaring van de verbalisant doorslaggevend is, tenzij er reden is om te twijfelen. De verbalisant had verklaard dat het apparaat met de rechterhand werd vastgehouden en betrokkene had dit tijdens de staandehouding niet ontkend.
De kantonrechter oordeelde echter dat de verklaring van de verbalisant te summier was om vast te stellen dat de gedraging had plaatsgevonden. Hierdoor was de boete ten onrechte opgelegd. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd en het betaalde bedrag van €234 werd terugbetaald aan betrokkene. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.