Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats in Breda op 30 december 2023. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was omdat er geen duidelijke bebording aanwezig was die aangaf dat een vergunning vereist was. Tevens was er betaald bij de parkeerautomaat in de veronderstelling dat het de juiste zone betrof.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 3 maart 2026 overhandigde de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal waaruit bleek dat de bebording ontbrak vanuit de betreffende rijrichting.
De kantonrechter oordeelde dat hierdoor niet is komen vast te staan dat de gedraging (het zonder vergunning parkeren) heeft plaatsgevonden, waardoor de boete ten onrechte is opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €119 moest worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens ontbrekende bebording.