Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor parkeren op een plek waar dat op dat moment verboden was. Hij stelde dat de bebording met het parkeerverbod niet zichtbaar was vóór zijn vertrek en vroeg bewijs daarvan. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding wel was begaan, zoals blijkt uit de verklaring van de verbalisant, en dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde om dit te betwisten. Wel was er twijfel over de datum waarop de bebording was geplaatst, wat niet met zekerheid kon worden vastgesteld.
Gezien deze onzekerheid matigde de kantonrechter de boete tot nihil en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €119 terug te betalen. De uitspraak werd op 3 maart 2026 gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne.
Uitkomst: De boete is gematigd tot nihil vanwege twijfel over de plaatsingsdatum van de bebording.