Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 25 november 2023 te Breda. Betrokkene voerde aan niet bewust te zijn geweest van het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats en verzocht om foto's van de situatie, die ontbraken in het dossier.
De officier van justitie stelde dat de verbalisant op ambtsbelofte had verklaard dat de bebording aanwezig was en dat dit ook uit Google Maps bleek. De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs voor het verrichten van de gedraging, omdat betrokkene geen concrete feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen.
De kantonrechter constateerde echter dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 3 maart 2026 in Breda. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.