ECLI:NL:RBZWB:2026:1927
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor kap van beschermde bomen bij voetbalvereniging
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 maart 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres beroep instelde tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen. Het college had op 25 maart 2024 een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van negen bomen, waarvan zes op het terrein van een voetbalvereniging. Eiseres maakte bezwaar tegen het kappen van deze zes bomen, maar het college handhaafde het besluit met een aanvullende motivering.
De rechtbank overwoog dat het beroep zich uitsluitend richtte op de zes bomen bij de voetbalvereniging en dat de aanvraag om de kapvergunning leidend was voor de beoordeling. De stelling van eiseres dat de locatiekeuze van zonnepanelen en de verduurzamingskeuzes van de voetbalvereniging onvoldoende rekening hielden met de bomen, werd buiten de omvang van het geding geplaatst.
De rechtbank stelde vast dat het college de vergunning had verleend op grond van artikel 4:11b, tweede lid, onder c, van de APV, waarbij een algemeen maatschappelijk belang kan opwegen tegen het duurzaam behoud van beschermde houtopstanden. Het belang van verduurzaming van de voetbalvereniging, waaronder het terugdringen van CO2-uitstoot, werd als zodanig aangemerkt. De rechtbank vond de motivering van het college voldoende en nam mee dat een herplantplicht was opgelegd.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend.