Uitspraak
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Ook de aanslagen IB/PVV en Zvw 2019 en 2020 en de bijbehorende boete- en belastingrentebeschikkingen zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht en niet tot te hoge bedragen aan belanghebbende opgelegd. De boetes moeten wel worden verminderd in verband met ‘undue delay’. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
“3.2 Bevindingen strafrechtelijk onderzoek
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak met zaaknummer 25/2292 gegrond;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 en de bijbehorende belastingrentebeschikking;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de boetebeschikkingen bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2018, de aanslag IB/PVV 2019 en de aanslag IB/PVV 2020;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 en de bijbehorende belastingrentebeschikking;
- vermindert de boete bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 tot € 35.967;
- vermindert de boete bij de aanslag IB/PVV 2019 tot € 19.882;
- vermindert de boete bij de aanslag IB/PVV 2020 tot € 80.606;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 907 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden.