ECLI:NL:RBZWB:2026:2002

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/3767
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetArt. 3a OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 10c OpiumwetArt. 11a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sluiting bedrijfspand wegens drugsvondsten en wapens op grond van Opiumwet

De burgemeester van Bergen op Zoom legde een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een gedeelte van een bedrijfspand op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat tijdens een politie-inval diverse hard- en softdrugs en wapens waren aangetroffen. Eiseres, de huidige eigenaar sinds november 2024, maakte bezwaar tegen de sluiting en stelde dat niet alle ruimtes gesloten mochten worden en dat de maatregel niet noodzakelijk noch evenredig was.

De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was om alle aangegeven ruimtes te sluiten, ook die zonder drugsvondsten, omdat deze ruimten onderling inpandig verbonden zijn en als één geheel moeten worden beschouwd. De sluiting is volgens de rechtbank noodzakelijk om het pand te onttrekken aan de keten van drugshandel, mede gezien de recidive en de aanwezigheid van wapens die een risico voor de omgeving vormen.

Hoewel eiseres pas kort eigenaar was en zelf niet betrokken was bij de drugsvondsten, heeft zij het risico aanvaard door niet alle ruimtes te inspecteren bij de oplevering. De rechtbank achtte de sluiting evenredig, mede omdat de burgemeester rekening hield met verminderde verwijtbaarheid door de sluiting te beperken tot 12 maanden in plaats van 24 maanden volgens het Damoclesbeleid.

Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak benadrukt dat de sluiting een herstelmaatregel is gericht op het bedrijfspand en niet bedoeld is als straf tegen eiseres.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de sluiting van het bedrijfspand wegens drugsvondsten en wapens en verklaart het beroep van eiseres ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3767

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en

de burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom, de burgemeester.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over last onder bestuursdwang waarmee de burgemeester een gedeelte van het bedrijfspand aan de [adres] (hierna: het bedrijfspand) heeft gesloten. Eiseres is het niet eens met de sluiting. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand hiervan beoordeelt de rechtbank de sluiting.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester het gedeelte van het bedrijfspand mocht sluiten. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 17 februari 2025 heeft de burgemeester het besluit genomen om het bedrijfspand gedeeltelijk te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet (primaire besluit). Met het bestreden besluit van 12 juni 2025 heeft de burgemeester het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard en de sluiting in stand gelaten.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres: haar gemachtigde, [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] . Namens de burgemeester was mr. [persoon 4] aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Bij besluit van 7 december 2023 heeft de burgemeester aan de vorige eigenaar van het bedrijfspand een last onder bestuursdwang opgelegd omdat een handelshoeveelheid softdrugs was aangetroffen tijdens een politie-inval op 19 oktober 2023. De last hield in dat de unit genummerd 68b-6 van het bedrijfspand gesloten moest worden gehouden voor een periode van zes maanden, namelijk van 8 december 2023 tot 8 juni 2024, 12:00 uur.
3.1.
Eiseres is op 15 november 2024 eigenaar geworden van het bedrijfspand. Vijf dagen later heeft de politie een inval in het bedrijfspand gedaan waarbij het volgende is aangetroffen:
-
Uzi vuurwapen
Ruimte 1.07
-
Uzi demper
Ruimte 1.07
-
Uzi magazijn
Ruimte 1.07
-
Uzi patronen (12 stuks)
Ruimte 1.07
-
Munitie (46x 9mm patronen)
Ruimte 1.07
-
Blow TR92 handvuurwapen
Ruimte 1.07
-
Blow TR92 magazijn
Ruimte 1.07
-
7,44 gram wit poeder/ brokje cocaïne
Ruimte 1.02
-
83 gram hennep
Ruimte 1.02
-
10 blauwe pillen amfetamine
Ruimte 1.02
-
107 gram hennep
Ruimte 1.02
-
269 blauwe pillen amfetamine
Ruimte 1.02
-
58 gram wit poeder/ brokjes cocaïne
Ruimte 1.02
-
Versnijdingsmiddel procaïne
Ruimte 2.32
-
8 gram bruin poeder heroïne
Ruimte 2.33
-
2 gram bruin poeder heroïne
Ruimte 2.33
-
6 gram wit poeder/ brokjes cocaïne
Ruimte 2.33
-
3 gram wit poeder/ brokjes cocaïne
Ruimte 2.33
-
6 gram wit poeder/ brokjes cocaïne
Ruimte 2.33
-
26 gram wit poeder/ brokjes cocaïne
Ruimte 2.33
-
3 gram wit poeder/ brokjes cocaïne
Ruimte 2.33
-
3 gram bruin poeder heroïne
Ruimte 2.33
-
Weegschaaltjes, vacueermachine, gripzakjes, strijkzakken
Ruimte 2.34
-
Honderden ponypacks en twee bordjes met wit residu, ter plekke indicatief getest als cocaïne HCL
Ruimte 1.16
3.2.
Op 2 januari 2025 heeft de burgemeester het voornemen kenbaar gemaakt aan eiseres om een last onder bestuursdwang op te leggen voor het sluiten van het gehele bedrijfspand voor een periode van 24 maanden. Op 30 januari en 4 februari 2025 heeft eiseres gereageerd met een zienswijze.
3.3.
Met het primaire besluit heeft de burgemeester de last onder bestuursdwang opgelegd waarmee (onder andere) de
gecursiveerderuimtes gesloten moeten worden gehouden voor een periode van twaalf maanden, zoals aangegeven op de plattegrond in de bijlage van het primaire besluit. De sluiting geldt voor de periode van 24 februari 2025 tot en met 24 februari 2026. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
Het bestreden besluit
4. De burgemeester heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de gedeeltelijke sluiting van het bedrijfspand voor een periode van 12 maanden in stand gelaten. Vast staat dat de burgemeester bevoegd is om handhavend op te treden omdat niet ter discussie staat dat hard- en softdrugs zijn aangetroffen in diverse ruimtes van het bedrijfspand. Voor de bevoegdheid tot het opleggen van deze last onder bestuursdwang is niet relevant of eiseres de overtreder is. De burgemeester vindt de gedeeltelijke sluiting evenredig en heeft meer gewicht toegekend aan het algemene belang. Ondanks dat eiseres kort voor de inval van de politie eigenaar is geworden van het bedrijfspand, vindt de burgemeester dat sprake is van enige mate van verwijtbaarheid. Vertegenwoordigers van eiseres hebben namelijk verklaard dat zij tijdens de inspectie bij de oplevering van het bedrijfspand niet alle ruimtes hebben kunnen controleren omdat een deel van de sleutels niet aanwezig waren. Hiermee heeft eiseres het risico aanvaard dat in die ruimtes drugs konden liggen. Het bedrijfspand is immers eerder gesloten vanwege drugs en de huidige aandeelhouders van eiseres moesten hiermee bekend zijn. De sluiting is noodzakelijk en geschikt is omdat ‘de loop’ nog niet uit het bedrijfspand is gelet op de omstandigheid dat eiseres na de sluiting benaderd is van uit het criminele circuit. Het is ten slotte niet mogelijk om een last onder dwangsom op te leggen als minder ingrijpend middel, omdat eiseres niet de overtreder is. Voor een last onder bestuursdwang is dat niet vereist.
Toetsingskader
5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
5.1.
De burgemeester is op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd een lokaal te sluiten als in dat lokaal drugs wordt verkocht, wordt geleverd of wordt verstrekt of met één van die redenen daar aanwezig is.
5.2.
In Bergen op Zoom is deze bevoegdheid uitgewerkt in het ‘Damoclesbeleid De Markiezaten, Gemeente Bergen op Zoom 2020’ (hierna: Damoclesbeleid). Uit paragraaf 5.1 van het Damoclesbeleid volgt dat indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b, eerste lid, onder a dan wel artikel 13b, eerste lid, onder b van de Opiumwet, de burgemeester een sluiting treft voor 24 maanden bij een tweede overtreding met een handelshoeveelheid harddrugs.
5.3.
Bij de beoordeling van het bestreden besluit hanteert de rechtbank de uitgangspunten die zijn weergegeven in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 juli 2025. [1]
Is de burgemeester bevoegd om alle gecursiveerde ruimtes te sluiten?
6. Eiseres vindt dat de burgemeester niet alle ruimtes mocht sluiten zoals aangegeven op de plattegrond in de bijlage van het primaire besluit. Daartussen zitten namelijk ruimtes waar geen drugs zijn aangetroffen en de burgemeester zou alleen de ruimtes mogen sluiten waar verboden goederen zijn aangetroffen. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat slechts in drie ruimtes drugs zijn gevonden. Voor de (meeste) tussenliggende ruimtes waar geen verboden goederen zijn aangetroffen is geen sprake van een feitelijke en directe verbinding met de ruimtes waar wel verboden goederen zijn aangetroffen. In de ruimte 1.07 zijn wapens aangetroffen en in ruimte 2.32 procaïne, maar dat zijn geen drugs en de bevoegdheid van de gemeente strekt dus ook niet tot sluiting van deze ruimtes, aldus eiseres.
7. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd is om alle ruimtes, zoals aangegeven op de plattegrond in de bijlage van het primaire besluit, te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De rechtbank stelt vast dat de inhoud van de bestuurlijke rapportage niet in geschil is. Dat betekent dat vaststaat dat tijdens de inval op 20 november 2024 softdrugs, harddrugs en wapens zijn aangetroffen. De burgemeester mocht er gelet op de aangetroffen hoeveelheden van uitgaan dat de drugs waren bestemd voor de verkoop, aflevering of verstrekking daarvan en is daarmee in beginsel bevoegd om over te gaan tot sluiting. Anders dan eiseres stelt, is de burgemeester daarbij bevoegd om ook ruimtes van het bedrijfspand te sluiten waarin geen drugs zijn aangetroffen.
7.1.
In de rechtspraak van de ABRvS is als criterium ontwikkeld dat van belang is of er een zodanige relatie bestaat tussen de onderscheiden (delen van) bouwwerken dat die als één geheel moeten worden beschouwd. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Als een dergelijke samenhang bestaat, dan strekt de bevoegdheid om een pand te sluiten zich uit tot dat geheel, ongeacht of in de onderscheiden onderdelen al dan niet handelsvoorraden drugs zijn aangetroffen. [2]
7.2.
De rechtbank stelt vast dat het bedrijfspand bestaat uit twee bouwlagen en is opgedeeld in meerdere ruimtes. Volgens de plattegrond bij het primaire besluit is de gehele eerste verdieping gesloten en op de begane grond zijn de ruimtes met de volgende nummers gesloten: 1.01 tot en met 1.07 en 1.12 tot en met 1.19. Gelet op dezelfde plattegrond zijn deze bedrijfsruimten allemaal inpandig met elkaar verbonden en zijn de ruimten onderling en intern toegankelijk. De rechtbank leidt uit de plattegrond af dat de ruimtes op de begane grond één cluster vormen en dat tussen dit cluster en de rest van het bedrijfspand een centrale hal ligt die niet is gesloten met het bestreden besluit. [3] De eerste verdieping is bovendien toegankelijk via de trap in ruimte 1.16. Eenvoudig inpandig verkeer tussen deze ruimtes is dus mogelijk, zonder dat de openbare weg betreden wordt. De rechtbank is daarom van oordeel dat een zodanige relatie bestaat tussen de bedrijfsruimten dat deze voor de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet als één geheel moeten worden beschouwd. Dat niet in alle bedrijfsruimten drugs zijn aangetroffen, laat daarom onverlet dat de burgemeester bevoegd was om ook deze bedrijfsruimten te sluiten. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang kan immers worden toegepast, ongeacht of er in alle te onderscheiden onderdelen drugs zijn aangetroffen.
Is de sluiting evenredig?
8. Eiseres heeft aangevoerd dat de sluiting van het bedrijfspand in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De gronden beperken zich tot de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid. Dat de sluiting geschikt is om het daarmee gediende doel te bereiken staat dus niet ter discussie tussen partijen en daarom zal de rechtbank de geschiktheid niet beoordelen.
Is de sluiting noodzakelijk?
9. Eiseres betoogt dat het sluiten van het bedrijfspand niet noodzakelijk is. De omgeving associeert het bedrijfspand namelijk niet met drugshandel. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat uit de rapportage blijkt dat het bedrijfspand slechts zou worden gebruikt als opslaglocatie voor drugs. Het bedrijfspand zou daarom hooguit onderdeel uit hebben gemaakt van de keten van drugshandel, maar niet is gebleken dat de aangetroffen drugs ook zouden worden verhandeld in het bedrijfspand. Eiseres spant zich juist in om het bedrijfspand te verbeteren en dus hoeft de burgemeester niet te vrezen voor herhaling.
10. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat het sluiten van het bedrijfspand noodzakelijk is om het te onttrekken aan de keten van drugshandel en licht hierna toe waarom.
10.1.
Bij beoordeling of sluiting van een bedrijfspand noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester, gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen, met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing. [4] Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting betrekt de burgemeester de effecten op de omgeving aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Verschillende omstandigheden zijn van belang zoals de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs, de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit, of sprake is van hard- en softdrugs en of feitelijk drugs van uit het pand wordt verhandeld. Hierbij kan mede van belang zijn of in de nabije omgeving in het recente verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen of drugsgerelateerde criminaliteit. Verder kan sluiting noodzakelijk zijn als het op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat het pand een rol vervult binnen de keten van drugshandel als professionele teeltlocatie, handelslocatie, opslaglocatie voor handel elders of omdat toegang tot het pand wordt verschaft aan derden om er te gebruiken. Wanneer een pand eerder betrokken is geweest bij overtreding van artikel 13b van de Opiumwet en dus sprake is van een situatie van herhaling, kan ook dit relevant zijn bij de beslissing om tot sluiting over te gaan, met het oog op het structureel beëindigen van de overtreding en de effecten ervan, en op het voorkomen van nieuwe overtredingen. Bij al het voorgaande dient de burgemeester ook rekening te houden met het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop hij ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat. Als het samenstel van omstandigheden meebrengt dat sluiting niet noodzakelijk is, moet de burgemeester hiervan afzien.
10.2.
De rechtbank overweegt dat eerder een sluiting heeft plaatsgevonden vanwege een drugsvondst. Door deze sluiting is het kennelijk niet gelukt om het bedrijfspand te onttrekken aan de keten van drugshandel, aangezien op 20 november 2024 opnieuw drugs zijn aangetroffen. De burgemeester heeft verder toegelicht dat de sluiting noodzakelijk is omdat het bedrijfspand onderdeel uitmaakt van de keten van drugshandel, dat de wapens wijzen op een risico voor de wijk, dat sprake is van een gevoel van onveiligheid in de wijk, dat sprake is van recidive en dat sprake is van een gevoelige wijk waaruit vaker signalen worden ontvangen over drugshandel. De rechtbank volgt deze afweging van de burgemeester. Het betoog van eiseres dat uit de rapportage niet volgt dat drugshandel plaats zou hebben gevonden in het bedrijfspand maakt dit niet anders. Tussen partijen staat immers niet ter discussie dat het bedrijfspand onderdeel uit heeft gemaakt van de keten van drugshandel als opslaglocatie. Omdat sprake is van een recidive situatie had de burgemeester niet hoeven te volstaan met een waarschuwing. Het opleggen van een last onder dwangsom als ander minder ingrijpend middel is niet mogelijk omdat een last onder dwangsom alleen kan worden opgelegd aan de overtreder, dus in dit geval degene die verantwoordelijk is voor de opslag van de drugs. De burgemeester heeft toegelicht dat dit niet eiseres is en hierover verschillen partijen ook niet van mening.
Is de sluiting evenwichtig?
11. Eiseres vindt het sluiten van het bedrijfspand niet evenredig omdat haar geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Zij was namelijk pas vijf dagen eigenaar op het moment van de inval en heeft niets te maken met de aangetroffen drugs. Dit is een verzachtende omstandigheid op grond waarvan zou moeten worden afgezien van sluiting. Eiseres voelt dat zij gestraft wordt voor iets wat zij niet heeft gedaan.
12. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester heeft kunnen uitgaan van een verminderde verwijtbaarheid en dat niet is gebleken dat het sluiten van het bedrijfspand niet evenwichtig is. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor de gebruiker van het pand nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. [5] Deze laatste houden doorgaans verband met de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk acht. Een sluiting met zware nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid van de degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen en beoordelen in hoeverre aan hen kan worden tegengeworpen dat zij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van hun handelen of nalaten hebben genomen. [6] Het ontbreken van verwijtbaarheid afzonderlijk of samen met andere omstandigheden zou kunnen leiden tot het oordeel dat de burgemeester niet van zijn bevoegdheid tot sluiting van het bedrijfspand gebruik mag maken.
12.1.
Uit vaste rechtspraak van de ABRvS blijkt dat geen verwijt van de overtreding kan worden gemaakt, als eiseres niet op de hoogte was en evenmin op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs. Niet in geschil is dat eiseres zelf niets te maken heeft met de aangetroffen drugs en ook staat niet ter discussie dat zij slechts vijf dagen eigenaar was op het moment van de inval. Eiseres kon er tijdens de koop echter al redelijkerwijs mee bekend zijn dat in het bedrijfspand eerder drugs zijn gevonden en dat het bedrijfspand om die reden in 2023 is gesloten. Zij heeft immers de stelling van de burgemeester niet weersproken dat één van haar aandeelhouders tijdens de sluiting in 2023 reeds als vennoot betrokken was bij een in het pand gevestigd autobedrijf. Bovendien blijkt uit verklaringen van eiseres dat haar vertegenwoordigers kort voor de politie-inval slechts een gedeelte van het bedrijfspand hebben geïnspecteerd voor de oplevering van het bedrijfspand, terwijl het bedrijfspand op dat moment nog in gebruik was door een aantal huurders. Daarmee heeft eiseres dus het risico aanvaard dat drugs zouden kunnen liggen in de niet-geïnspecteerde ruimtes aangezien het bedrijfspand eerder is gesloten vanwege drugsvondsten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester met verminderde verwijtbaarheid rekening heeft gehouden door het bedrijfspand niet te sluiten voor 24 maanden conform het Damoclesbeleid, maar voor 12 maanden. De rechtbank merkt tot slot op dat de sluiting een herstelmaatregel is die ziet op het bedrijfspand en niet tot doel heeft om eiseres te straffen.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Omdat het beroep ongegrond is worden de door eiseres gemaakte proceskosten niet vergoed. Voor een vergoeding van het griffierecht is ook geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A. de Kraker, griffier op 13 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Opiumwet
Artikel 13b
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, artikel 10c, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
DAMOCLESBELEID DISTRICT DE MARKIEZATEN/GEMEENTE Bergen op Zoom 2020
5.1.
Lokalen en bijbehorende erven
Harddrugs
Indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a dan wel artikel 13b lid 1 onder b Opiumwet, treft de burgemeester de volgende maatregelen:
1e overtreding
Handelshoeveelheid
Sluiting voor
12 maanden
Voorbereidingshandelingen
Sluiting voor
6 maanden
2e overtreding
Handelshoeveelheid
Sluiting voor
24 maanden
Voorbereidingshandelingen
Sluiting voor
12 maanden
3e overtreding
Handelshoeveelheid
Sluiting voor
48 maanden
Voorbereidingshandelingen
Sluiting voor
24 maanden

Voetnoten

1.ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.
2.ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:484, r.o. 5.1.
3.Deze hal is ruimte 1.08.
4.Verwijzing naar ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, r.o. 10.
5.ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, r.o. 11.1.
6.ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, r.o. 11.2.