Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag tot herbeoordeling op grond van de Wet WIA van 5 augustus 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de ingebrekestelling van 22 oktober 2025 heeft ontvangen en sindsdien de beslistermijn is overschreden.
Het UWV heeft als reden voor de vertraging een tekort aan verzekeringsartsen opgegeven en kan nog niet aangeven wanneer het besluit wordt genomen. Eiser verzocht om een korte beslistermijn van één tot twee weken, mede vanwege de 60-plus regeling, maar de werkgever heeft geen toestemming gegeven voor versnelde afhandeling, waardoor een volledige beoordeling door een verzekeringsarts noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed. Het beroep wordt zonder zitting behandeld en de uitspraak is openbaar gemaakt.