AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit in huurtoeslagzaak 2020
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen de definitieve beschikking huurtoeslag over 2020. De rechtbank heeft eiser herhaaldelijk verzocht het bestreden besluit over te leggen, maar eiser stuurde alleen besluiten over 2019 toe, die niet relevant zijn voor het beroep.
De rechtbank heeft eiser meerdere malen de gelegenheid gegeven om het juiste besluit te overleggen, onder meer via brieven en e-mails, en heeft uitstel verleend om de zaak met een advocaat te bespreken. Ondanks deze kansen heeft eiser het bestreden besluit niet aangeleverd.
Op grond van artikel 6:5 enPro 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren als het vereiste besluit niet wordt overgelegd, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen. De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en kan het beroep inhoudelijk niet behandelen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en griffier I. Ambachtsheer op 20 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het bestreden besluit.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/900
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
1. Eiser heeft op 4 februari 2025 beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar tegen de definitieve beschikking van verweerder over het jaar 2020, bekend onder beschikkingsnummer [beschikkingsnummer] T.20.6.0252.
1.1.
De rechtbank heeft eiser bij brief van 5 maart 2025 schriftelijk gevraagd het in beroep bestreden besluit toe te zenden binnen vier weken na de datum van verzending van die brief. Hierbij is aangegeven dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren indien eiser niet aan het verzoek voldoet. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 20 juni 2025.
1.2.
Op 20 augustus 2025 is op verzoek van eiser uitstel verleend voor de duur van twee maanden zodat eiser de zaak met een advocaat kan bespreken.
1.3.
Eiser heeft op 21 oktober 2025 een aanvullend beroepschrift toegestuurd waarin is aangegeven dat het bijlagen bevat. De rechtbank heeft op 18 december 2025 de bijlagen bij eiser opgevraagd omdat deze niet werden aangetroffen in het aanvullend beroepschrift.
1.4.
Op 19 december 2025 stuurt eiser onder meer een kopie van het besluit van
23 maart 2021 en het besluit van 31 december 2020. Beide besluiten gaan over het jaar 2019. Ook komen de beschikkingsnummers niet overeen met die van het besluit waar eiser beroep tegen instelt.
1.5.
Per brief van 27 januari 2026 geeft de rechtbank eiser een laatste gelegenheid om het besluit waartegen beroep is ingesteld toe te zenden. De rechtbank geeft hierbij aan dat het beroep inhoudelijk niet kan worden behandeld zonder het besluit. Tevens heeft de rechtbank in deze brief verduidelijkt dat het om de beslissing van Dienst Toeslagen gaat waarbij is beslist op het bezwaar tegen de definitieve beschikking over 2020 onder nummer [beschikkingsnummer] T.20.6.0252.
1.6.
Per e-mail van 3 februari 2026 en brief van 10 februari 2026 stuurt eiser nogmaals een kopie van het besluit van 31 december 2020 toe, dat ziet op het jaar 2019.
1.7.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Overwegingen
2. Ingevolge artikel 6:5, tweede lid, van de Awb wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd. In artikel 6:6 vanPro de Awb is bepaald dat, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 ofPro enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2.1.
Eiser heeft na geen afschrift van het bestreden besluit, waartegen hij beroep wenst in te stellen, overgelegd. Eiser heeft wel besluiten inzake het jaar 2019 naar de rechtbank gestuurd, maar dit is niet het onderwerp van zijn beroep. Uit het beroepschrift leidt de rechtbank namelijk af dat eiser het niet eens is met de over het jaar 2020vastgestelde huurtoeslag. De beslissing op bezwaar die op dat jaar ziet, heeft eiser, ook na herhaalde verzoeken, niet overlegd.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 20 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.