Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 14 mei 2025 voor herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werknemer op grond van de WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 11 juli 2025 in gebreke heeft gesteld, waarna het UWV de ingebrekestelling op 15 juli 2025 ontving.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en grote werkvoorraden, waardoor een spreekuur nog niet heeft kunnen plaatsvinden en nader onderzoek mogelijk nog nodig is. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen, in plaats van de standaard twee weken.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Omdat het UWV al een dwangsombeslissing heeft genomen, stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom niet vast. Tevens veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.