ECLI:NL:RBZWB:2026:214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 2 november 2023. De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 5.968 aan verschuldigde Bpm. Het bezwaar van belanghebbende is door de inspecteur ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door [gemachtigde 2] en de inspecteur door [inspecteur 1] en [inspecteur 2]. De rechtbank heeft beoordeeld of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en komt tot de conclusie dat dit het geval is. Belanghebbende had op 16 november 2021 aangifte gedaan voor de inschrijving van een Nissan Juke en een bedrag aan Bpm voldaan van € 987. De inspecteur heeft een hertaxatie laten uitvoeren, waaruit bleek dat de verschuldigde Bpm € 6.955 bedraagt. De rechtbank heeft vastgesteld dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat de waarde van de auto niet lager kan worden vastgesteld dan € 19.050. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.500 vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag in stand gelaten en de overige standpunten van partijen niet verder behandeld.