ECLI:NL:RBZWB:2026:215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende, een B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. De inspecteur had op 18 oktober 2023 een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 4.312. Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door mr. [gemachtigde 2] en de inspecteur door [inspecteur 1] en [inspecteur 2]. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is, maar dat het opgelegde bedrag te hoog is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de historische nieuwprijs van de auto, een Maserati Levante, € 154.257 bedraagt, en dat de verschuldigde Bpm € 12.980 is. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag verminderd tot € 4.277 en heeft belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toegekend vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft de uitspraak op bezwaar vernietigd en de inspecteur veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan belanghebbende van € 3.200. De uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink op 20 januari 2026.