ECLI:NL:RBZWB:2026:216
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm)
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende, een B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. De inspecteur had op 30 oktober 2023 een naheffingsaanslag van € 4.160 aan Bpm opgelegd, alsook € 17 aan belastingrente. Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door een gemachtigde en de inspecteur door twee inspecteurs. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is, maar dat het opgelegde bedrag te hoog is. De rechtbank concludeert dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat de schade aan de auto, die door belanghebbende is aangetoond, in aanmerking moet worden genomen. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.810 en kent belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en veroordeelt de inspecteur tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.