Uitspraak
1.[huurder 1] ,
2.
[huurder 2],
3.
[huurder 3],
4.
[huurder 4],
5.
[huurder 5],
6.
[huurder 6],
7.
[huurder 7],
8.
[huurder 8],
9.
[huurder 9],
10.
[huurder 10],
11.
[huurder 11],
12.
[huurder 12],
13.
[huurder 13],
14.
[huurder 14],
15.
[huurder 15],
16.
[huurder 16],
17.
[huurder 17],
1.De procedure
2.De feiten
Wat de recreant zeker moet weten!
- Een vaste plaats is een onbebouwd deel van het terrein. Deze plaats mag u uitsluitend voor recreatieve doeleinden gebruiken en voor de plaatsing van een kampeermiddel. De plaats en/of het kampeermiddel is geen Woonruimte in de zin van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en er geldt geen wettelijke huurbescherming.
- Het contract is tijdelijk: de huur van de grond geldt telkens voor een jaar en wordt in beginsel jaarlijks automatisch verlengd. Houd rekening met dit tijdelijke karakter.(…)
- Een overeenkomst voor een vaste plaats kan door u of door de ondernemer tegen het eind van de contractsperiode of tussentijds worden beëindigd. Een beëindiging heeft consequenties voor u en voor het op de vaste plaats geplaatste kampeermiddel. Na de beëindiging van de overeenkomst kunt u niet langer gebruik maken van de plaats. Uw kampeermiddel moet dan zijn verwijderd.
Het is niet toegestaan, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de ondernemer, aan het kampeermiddel wijzigingen aan te brengen waardoor deze niet meer verplaatsbaar wordt.
De ondernemer kan de overeenkomst schriftelijk beëindigen indien:
Opzegging door de ondernemer geschiedt schriftelijk bij aangetekend schrijven of persoonlijk overhandigde brief met inachtneming van een termijn van drie maanden tegen het einde van het lopende overeenkomstjaar.
Bij opzegging wegens herstructurering zoals vermeld onder sub h van het eerste lid dient de ondernemer een opzegtermijn van één jaar in acht te nemen voor afloop van het lopende overeenkomstjaar.
In geval van herstructurering waarbij de ondernemer de overeenkomst beëindigt, is de ondernemer verplicht de recreant zo mogelijk een plaats (minimaal gelijkwaardig) op het terrein aan te bieden, tenzij het kampeermiddel gezien de leeftijd van het kampeermiddel en/of de staat waarin dit verkeert, niet meer op het terrein past.
a. Indien sprake is van een verplaatsbaar kampeermiddel en een minimaal gelijkwaardige plaats niet op het terrein beschikbaar is, heeft de recreant de plaats te ontruimen en heeft hij recht op een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten indien hij de plaats heeft ontruimd overeenkomstig artikel 15 lid Pro 1. De verplaatsingskosten vanaf de plaats tot buiten het terrein zijn voor rekening van de ondernemer.
De tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van het kampeermiddel als bedoeld in lid 5 onder a en de tegemoetkoming als bedoeld in lid 5 onder b bedraagt € 1.482. In het geval van een verplaatsbaar en niet meer verplaatsbaar geschakeld/dubbel kampeermiddel bedraagt de tegemoetkoming € 2.233.
De tegemoetkoming in de verplaatsingskosten wordt jaarlijks per 1 januari, geïndexeerd met het consumentenprijsindexcijfer reeks alle huishoudens zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek in juni van het voorgaande jaar.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Wat betreft [huurder 17] overweegt de kantonrechter als volgt. [huurder 17] betwist niet dat [vakantiepark] de opzeggingsbrief heeft verzonden naar zijn adres, maar [huurder 17] betwist wel dat de opzeggingsbrief hem heeft bereikt. Weliswaar staat op het verzendbewijs en op het ontvangstbewijs dat de betreffende brief respectievelijk is verzonden naar het adres van [huurder 17] ( [adres 1] ) én is ontvangen op dat adres, maar volgens [huurder 17] heeft een onbekende derde voor ontvangst getekend, waardoor niet is aangetoond dat de opzeggingsbrief hem heeft bereikt. [vakantiepark] heeft dit standpunt weerlegd door te wijzen op een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2024 [2] . In dat arrest heeft het gerechtshof onder meer het volgende overwogen: “
Verder blijkt uit de track & trace gegevens van PostNL dat de aangetekende brief op 15 oktober 2020 te 9.52 uur op het voornoemde adres is bezorgd en dat voor de ontvangst daarvan is getekend. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [geïntimeerde] daarmee voldoende heeft bewezen dat de brief op het adres van [appellant] is ontvangen en [appellant] heeft bereikt. Dat het niet [appellant] zelf zou zijn geweest die voor de ontvangst heeft getekend, doet daaraan niet af.(…)
Hetgeen [appellant] in dit verband als verweer heeft gevoerd acht het hof vanwege de wisselende – en onjuist gebleken – verklaringen die [appellant] heeft gegeven, niet overtuigend en in het licht van het door [geïntimeerde] bijgebrachte bewijs onvoldoende onderbouwd.”. Hierna heeft (de gemachtigde van) [huurder 17] zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter er in deze procedure van uit dat de verklaring werking heeft als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW Pro [3] . Van [vakantiepark] kon niet meer verwacht worden en er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de opzeggingsbrief [huurder 17] niet rechtsgeldig heeft bereikt.
Wat betreft de opzegtermijn overweegt de kantonrechter in dat kader dat de wettelijke opzegtermijn slechts een maand is. De opzegtermijn uit de Recron-voorwaarden is ruim langer, namelijk een jaar. [vakantiepark] heeft hieraan voldaan door in haar opzeggingsbrief van 5 maart 2024 de huurovereenkomsten op te zeggen tegen 31 december 2025. Bovendien konden huurders er ook daarvoor al van op de hoogte zijn dat de huurovereenkomsten opgezegd zouden worden. Zo volgt dat uit de brief van 25 oktober 2021 en uit de nieuwsbrieven over (de toekomst van) [vakantiepark] . Tot slot overweegt de kantonrechter dat [vakantiepark] de jaarplaatsen ook na 31 december 2025 nog niet heeft ontruimd en dat de ontruimingen op grond van dit vonnis op zijn vroegst kunnen plaatsvinden op
11 maart 2026.
Wat betreft de opzeggingsgrond geldt als uitgangspunt dat er sprake is van contractsvrijheid en dat gemaakte afspraken moeten worden nagekomen. Huurders konden op grond van de bepalingen in de huurovereenkomsten en de Recron-voorwaarden weten dat de opzegging van de huurovereenkomst in de toekomst zou kunnen gaan plaatsvinden. Daarnaast is van belang de ondernemersvrijheid die [vakantiepark] heeft omtrent haar bedrijfsvoering en exploitatie van het kampeerterrein/vakantiepark.
Het voorgaande betekent overigens niet dat de kantonrechter geen oog heeft voor het grote maatschappelijke belang en de vele persoonlijke belangen van huurders in deze zaak. Het gaat om woonruimte van een groot aantal huishoudens en van mensen die soms al tientallen jaren permanent in het gehuurde verblijven. In de huidige woningmarkt is het niet eenvoudig om woonruimte te vinden. Veel van de huurders zijn op leeftijd, sommige huurders hebben medische problemen en één van de huurders heeft een kind in de basisschoolleeftijd. Dit betekent echter niet dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [vakantiepark] een beroep doet op de uit de overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen.
Voor de huurders die niet permanent in hun stacaravan verblijven geldt dit alles niet. Voor deze huurders ziet de kantonrechter daarom geen aanleiding om de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid toe te passen.