Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 mei 2025.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de opzegging van duurovereenkomsten tussen DPD en de vervoerders Get Moving en Bosch, waarbij de contractuele opzegtermijn van één maand werd gehanteerd. De vervoerders vorderden schadevergoeding wegens de korte opzegtermijn die hun bedrijfsvoering ernstig benadeelde.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde dat de opzegtermijn van één maand niet voldeed aan de eisen van redelijkheid en billijkheid gezien de langdurige en intensieve samenwerking. Het hof stelde een langere opzegtermijn vast en kende schadevergoeding toe.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof ten onrechte de contractuele opzegtermijn buiten toepassing stelde op grond van gewijzigde omstandigheden zonder het onaanvaardbaarheidscriterium van art. 6:248 lid 2 BW Pro toe te passen. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid wel kan leiden tot een vergoeding, maar niet tot het vervangen van de contractuele termijn.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling met correcte toepassing van redelijkheid en billijkheid.