ECLI:NL:RBZWB:2026:2219
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij parkeervergunning 2025
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een tweede parkeervergunning voor het jaar 2025, welke door het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar hebben eisers beroep ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eisers voldoende procesbelang hebben bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Omdat de vergunning betrekking heeft op een afgesloten periode in het verleden en de geldigheid van de vergunning maximaal één jaar is, ontbreekt feitelijk belang bij een inhoudelijke beoordeling. Hoewel eisers mogelijk belang hebben bij een principieel oordeel over het beleid, is dit belang beperkt omdat per 1 januari 2026 een nieuw uitvoeringsbesluit is ingegaan dat de juridische situatie wijzigt.
De rechtbank oordeelt dat de juridische grondslag voor weigering van de vergunning in 2025 ontbrak, maar dat dit oordeel geen gevolgen heeft voor toekomstige aanvragen onder het nieuwe regime. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk. Gezien het vervallen procesbelang tijdens de procedure en de omstandigheden veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de parkeervergunning 2025 is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.