ECLI:NL:RBZWB:2026:2271
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij loonheffingen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst over de inhouding van loonheffingen voor de jaren 2019 tot en met 2023. De rechtbank beoordeelt dat het beroepschrift te laat is ingediend, namelijk op 11 augustus 2025, terwijl de termijn eindigde op 18 december 2024.
Belanghebbende voerde aan dat onduidelijkheid over de procedure en een verwijzing door het Nederlandse consulaat in Madrid de vertraging veroorzaakten, en dat hij psychische medicatie gebruikt vanwege 45% invaliditeit. De rechtbank oordeelt echter dat de rechtsmiddelenverwijzing in de uitspraken op bezwaar duidelijk was en dat belanghebbende zelf verantwoordelijk was voor tijdige indiening.
De rechtbank stelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, ook niet vanwege de psychische medicatie. Daarom verklaart zij het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit in stand. Er volgt geen inhoudelijke beoordeling en geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.