ECLI:NL:RBZWB:2026:2272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019. Het beroep is ingediend door een gemachtigde zonder dat een machtiging is overgelegd. De rechtbank heeft de gemachtigde tweemaal verzocht om binnen een gestelde termijn het verzuim te herstellen door een machtiging in te dienen.
De gemachtigde heeft hieraan geen gehoor gegeven, ondanks ontvangstbevestiging van de aanmaning. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit in stand blijft.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.