ECLI:NL:RBZWB:2026:2410

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
11526317 \ MB VERZ 25-182
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen verkeersboete wegens vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 3 januari 2022 te Breda. Betrokkene stelde dat hij de gedraging niet had verricht en dat zijn telefoon altijd in de houder zat. Tevens voerde hij aan dat hij niet was staande gehouden en dat het beroepschrift te laat was ingediend vanwege het niet ontvangen van post.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar de kantonrechter gaf betrokkene het voordeel van de twijfel en vernietigde deze beslissing. Inhoudelijk oordeelde de kantonrechter dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat betrokkene de gedraging had verricht, en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigden.

De boete werd echter gematigd tot het bedrag dat betrokkene als zekerheid had gesteld, namelijk €225 plus €9 administratiekosten. De verhogingen van de sanctie werden ongedaan gemaakt. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot het reeds betaalde bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11526317 \ MB VERZ 25-182
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Nieuwe Kadijk te Breda op 3 januari 2022 om 23.41 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De mobiele telefoon van betrokkene bevindt zich altijd in de telefoonhouder.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij niet is staande gehouden. Betrokkene heeft benadrukt dat hij zijn telefoon nooit aanraakt tijdens het rijden. Ten aanzien van het te laat indienen van het beroepschrift heeft betrokkene aangevoerd dat hij lange tijd geen post heeft ontvangen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat het beroepschrift bij de kantonrechter te laat is ingediend en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld. Ook het beroep bij de kantonrechter is te laat ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Betrokkene heeft zowel zijn beroepschrift bij de officier van justitie als bij de kantonrechter te laat ingediend.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij lange tijd geen post heeft ontvangen. De kantonrechter geeft betrokkene het voordeel van de twijfel.
De officier van justitie heeft het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In deze verklaring staat dat betrokkene een mobiele telefoon met beide handen vasthield, deze telefoon oplichtte en betrokkene het voertuig moest bijsturen.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. De boete zal worden gematigd tot het bedrag dat betrokkene als zekerheidsstelling heeft betaald (€ 225,- + € 9,- administratiekosten). Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 225,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ bepaalt dat de verhogingen van de sanctie ongedaan gemaakt dienen te worden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: