ECLI:NL:RBZWB:2026:2413

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
11526455 \ MB VERZ 25-189
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen boete voor vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A27 te Oosterhout op 31 mei 2023. Betrokkene voerde aan dat de telefoon uit de houder viel en zij deze teruglegde, en dat de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht subsidiair om matiging van de boete met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die betrokkene met de telefoon in de hand zag.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel aan de verbalisant oproepen. Wel werd de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De zekerheidstelling werd op nihil gesteld omdat betrokkene deze niet kon betalen. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete verlaagd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11526455 \ MB VERZ 25-189
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A27 te Oosterhout op 31 mei 2023 om 02.10 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Op het moment van de gedraging viel de mobiele telefoon van betrokkene uit de telefoonhouder. Betrokkene legde de telefoon terug op de houder.
De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht de zitting aan te houden om betrokkene in de gelegenheid te stellen de zekerheidsstelling te betalen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft subsidiair verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op grond van de verklaring van de verbalisant kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt wel de boete te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden, maar het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter geeft betrokkene op dit punt het voordeel van de twijfel. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In die verklaring staat dat betrokkene een mobiele telefoon vasthield in haar rechterhand, in de richting van de telefoon keek en dat het scherm verlicht was.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 285,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: