ECLI:NL:RBZWB:2026:2416

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
11526652 \ MB VERZ 25-199
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 29 november 2023 te Oosterhout. Betrokkene voerde aan dat hij de telefoon vasthield terwijl hij naast zijn fiets stond en mogelijk in een vloeiende beweging op de fiets stapte, maar niet tijdens het fietsen zelf.

De officier van justitie stelde dat de gedraging wel degelijk had plaatsgevonden en verzocht om matiging van de boete met 50% vanwege de omstandigheden en met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant, maar achtte de aangevoerde omstandigheden reden voor matiging.

Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, wat een verdere matiging van 25% rechtvaardigde. De boete werd uiteindelijk gematigd tot € 56,25 plus administratiekosten. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De boete is gematigd tot € 56,25 vanwege de omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11526652 \ MB VERZ 25-199
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Leijsenhoek te Oosterhout op 29 november 2023 om 23.17 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene hield zijn telefoon vast om een podcast aan te zetten toen hij naast zijn fiets stond bij het busstation.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de gedraging mogelijk in een vloeiende beweging is verricht, toen betrokkene op zijn fiets stapte. Betrokkene heeft de mobiele telefoon tijdens het fietsen niet vastgehouden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op basis van de verklaring van de verbalisant kan worden vastgesteld dat de gedraging is begaan. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt, op basis van hetgeen betrokkene tijdens de zitting heeft aangevoerd, de boete te matigen met 50% en verder te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de gedraging mogelijk in een vloeiende beweging is verricht, toen betrokkene op zijn fiets stapte. De boete zal worden gematigd tot € 75,-.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 56,25, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 93,75, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: