Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn bromfiets op 14 juli 2023 niet verzekerd was. Hij stelde beroep in tegen de boete, stellende dat hij de scooter niet gebruikte en wachtte met verzekering vanwege onzekerheid over het behalen van zijn rijbewijs. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat: het voertuig was niet verzekerd, ongeacht gebruik. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt.
Daarom matigde de rechtbank de boete met 25%. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. De boete is vastgesteld op €315 plus €9 administratiekosten.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van de bromfiets wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.