Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een parkeergelegenheid op een tijdstip waarop dit volgens het onderbord verboden was op de Teteringsedijk te Breda op 15 december 2023 om 10.20 uur. Betrokkene voerde aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden op de aangegeven locatie en dat de foto in het dossier een ander bord betrof. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat op basis van de verklaring van de verbalisant voldoende vaststond dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de bebording op de locatie in orde was. De stellingen van betrokkene boden geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de vaststelling. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete.
Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 18 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.