De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 februari 2026 een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlenging van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke beperking en complexe PTSS. Betrokkene verblijft in een accommodatie en wordt begeleid, maar vertoont ambivalent gedrag en is kwetsbaar voor negatieve invloeden buiten de instelling.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn vader en behandelaar gehoord. Betrokkene gaf aan het niet prettig te vinden om in de instelling te verblijven, maar erkent de noodzaak vanwege gevaarlijke situaties. De behandelaar en vader benadrukten de risico's van verblijf buiten de instelling, met name in een omgeving waar betrokkene wordt beïnvloed en mogelijk wordt misbruikt voor strafbare feiten.
De rechtbank concludeerde dat het gedrag van betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde effect bereiken. De machtiging wordt daarom voor twaalf maanden verleend, met een compensatie voor de te late indiening van het verzoek door het CIZ. De beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en op 16 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.