Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2453

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/02/444773 / FA RK 26-638
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WzdECLI:NL:HR:2021:227
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene met verstandelijke beperking en psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 februari 2026 een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlenging van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke beperking en complexe PTSS. Betrokkene verblijft in een accommodatie en wordt begeleid, maar vertoont ambivalent gedrag en is kwetsbaar voor negatieve invloeden buiten de instelling.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn vader en behandelaar gehoord. Betrokkene gaf aan het niet prettig te vinden om in de instelling te verblijven, maar erkent de noodzaak vanwege gevaarlijke situaties. De behandelaar en vader benadrukten de risico's van verblijf buiten de instelling, met name in een omgeving waar betrokkene wordt beïnvloed en mogelijk wordt misbruikt voor strafbare feiten.

De rechtbank concludeerde dat het gedrag van betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde effect bereiken. De machtiging wordt daarom voor twaalf maanden verleend, met een compensatie voor de te late indiening van het verzoek door het CIZ. De beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en op 16 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twaalf maanden met verrekening wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444773 / FA RK 26-638
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] , Slowakije,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , vader en tevens mentor van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 2] , begeleider/behandelaar van betrokkene.
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- een begeleidster;

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een rechterlijke machtiging verleend tot en met 28 september 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie] te [plaats 2] .
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het wel goed met hem gaat. Een rechterlijke machtiging vindt hij niet leuk, maar het is wel beter omdat er best vaak gevaarlijke dingen gebeuren. Daarnaast geeft betrokkene aan dat hij het soms niet zo fijn vindt om hier te blijven. Mensen vragen aan hem om mee weg te lopen en als hij niet lekker in zijn vel zit dan gaat hij hierop in. Hij vertrekt dan geregeld naar [plaats 3] , waar ‘vrienden’ van hem zijn.
4.2.
De behandelaar verklaart dat het plan is om op het niveau van betrokkene te werken aan zijn toekomst en de doelen waar hij zelf aan wil werken. Het lastige is dat betrokkene dan wel aanwezig moet zijn en hij hier ambivalent in is. Wanneer het fout gaat dan valt betrokkene meteen heel diep terug en is er tijd en moeite nodig om hem terug te krijgen. Het duurt dan lang voordat hij stabiel is, om nog maar te zwijgen van de traumatische ervaringen die hij opdoet buiten de instelling, waar weinig zicht op is, aldus de behandelaar. Direct na de vorige machtiging is betrokkene een hele lange tijd weggebleven waardoor het lang heeft geduurd voordat de procedure voor verlenging in gang gezet kon worden.
4.3.
De vader van betrokkene geeft aan dat het lastig is om betrokkene snel terug te krijgen in de instelling op het moment dat er geen machtiging is. Als vader maakt hij zich grote zorgen over wat er in [plaats 3] gebeurt. Op het moment dat een machtiging goed wordt ingezet, dan kan dit zeker helpen in situaties om betrokkene eruit te krijgen.
4.4.
De advocaat geeft aan dat er twee uitspraken zijn gedaan over het verlenen van een machtiging wanneer de andere machtiging is verlopen. Indien de rechtbank de machtiging toewijst, verzoekt de advocaat om de machtiging op de vorige te laten aansluiten en niet langer te laten duren. Daarnaast geeft de advocaat aan dat betrokkene liever geen machtiging heeft, maar wanneer het goed wordt uitgelegd dan knikt hij instemmend.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke beperking met een psychische stoornis, te weten een reactieve hechtingsstoornis en complexe PTSS. De verstandelijke beperking staat hierbij op de voorgrond.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze beperking en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling van betrokkene en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. Wanneer betrokkene in [plaats 3] verblijft bevindt hij zich in een netwerk van personen die een negatieve invloed op hem hebben, hem trachten te gebruiken voor strafbare feiten. Betrokkene is zeer beïnvloedbaar en kwetsbaar waardoor er gemakkelijk misbruik van hem kan worden gemaakt. Daarnaast kan hij situaties vanuit zijn cognitieve beperkingen en psychische klachten niet goed overzien en inschatten. Wanneer betrokkene vanuit [plaats 3] weer terugkeert in de accommodatie wordt gemerkt dat hij verward is, het overzicht kwijt is en het dagen duurt voordat hij weer in zijn goede doen is. Ook is sprake van automutilatie en fysieke agressie richting voorwerpen.
5.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft baat bij een intensief begeleidings- en behandelingskader in een omgeving met duidelijkheid en structuur. Daarnaast kan in de accommodatie gewerkt worden aan stabilisatie op psychisch gebied.
5.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan geen rechterlijke machtiging te willen hebben omdat hij hier de noodzaak niet van in ziet.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft in het verleden op een open groep gewoond, maar dit bleek geen passende plek voor betrokkene. De begeleiding kon hem onvoldoende nabijheid, duidelijkheid en voorspelbaarheid bieden. Op dit moment is betrokkene nog te gevoelig voor de negatieve invloed van buitenaf.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De rechtbank heeft geconstateerd dat het verzoek te laat door het CIZ is ingediend. De rechtbank volgt de advocaat in zijn pleidooi in zoverre dat deze termijnoverschrijving moet worden gecompenseerd door een bekorting van de duur van de thans te verlenen machtiging, gelet op de uitspraak van de Hoge Raad [1] . De machtiging zal worden verleend voor twaalf maanden, waarbij de periode van termijnoverschrijding zal worden gecompenseerd.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] , Slowakije;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.